BWBR0016221
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 24
Regeling bekostiging financieel toezicht
1. De onderneming of instelling waaraan het bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, in rekening wordt gebracht op grond van een maatstaf als bedoeld in artikel 14, 17 of 19, kan binnen een door de toezichthoudende autoriteit te stellen redelijke termijn in de gelegenheid worden gesteld om opgave te doen van haar gegevens met betrekking tot die maatstaf.
2. Indien een onder toezicht staande instelling na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen opgave heeft gedaan dan wel een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave van gegevens met betrekking tot de maatstaf heeft gedaan, kan de toezichthoudende autoriteit een schatting doen van de gegevens van de onder toezicht staande instelling met betrekking tot de desbetreffende maatstaf.
2. Indien een onder toezicht staande instelling na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld geen opgave heeft gedaan dan wel een kennelijk onjuiste of onvolledige opgave van gegevens met betrekking tot de maatstaf heeft gedaan, kan de toezichthoudende autoriteit een schatting doen van de gegevens van de onder toezicht staande instelling met betrekking tot de desbetreffende maatstaf.