BWBR0016221
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 17
Regeling bekostiging financieel toezicht
1. Als maatstaf voor het in rekening te brengen bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, geldt, voor zover het uitoefening van taken en bevoegdheden door de Nederlandsche Bank betreft, onderscheiden naar categorie of subcategorie, voor:
a. beheerders als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onderdelen 1° en 2°: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
b. effecteninstellingen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 1°: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen belast is met het verrichten van transacties in effecten;
c. effecteninstellingen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 2°: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling;
d. geldtransactiekantoren: de totale waarde van de geldtransacties, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren over een periode van twaalf maanden, die geldtransactiekantoren ten behoeve van cliënten uitvoeren.
2. De minister stelt jaarlijks voor 15 juli, op voorstel van de Nederlandsche Bank, per categorie of subcategorie een verdeelsleutel vast op basis van de maatstaf, bedoeld in het eerste lid. De minister kan daarbij bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een verdeelsleutel vaststellen.
3. De Nederlandsche Bank baseert haar voorstel voor de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel op de desbetreffende maatstaf die betrekking heeft op gegevens van het voorafgaande jaar.
a. beheerders als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, onderdelen 1° en 2°: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
b. effecteninstellingen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 1°: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen belast is met het verrichten van transacties in effecten;
c. effecteninstellingen als bedoeld in artikel 16, onderdeel b, onder 2°: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling;
d. geldtransactiekantoren: de totale waarde van de geldtransacties, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet inzake de geldtransactiekantoren over een periode van twaalf maanden, die geldtransactiekantoren ten behoeve van cliënten uitvoeren.
2. De minister stelt jaarlijks voor 15 juli, op voorstel van de Nederlandsche Bank, per categorie of subcategorie een verdeelsleutel vast op basis van de maatstaf, bedoeld in het eerste lid. De minister kan daarbij bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een verdeelsleutel vaststellen.
3. De Nederlandsche Bank baseert haar voorstel voor de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel op de desbetreffende maatstaf die betrekking heeft op gegevens van het voorafgaande jaar.