BWBR0016221
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 14
Regeling bekostiging financieel toezicht
1. Als maatstaf voor het in rekening te brengen bedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, geldt, voor zover het de uitoefening van taken en bevoegdheden door de Autoriteit Financiële Markten betreft, onderscheiden naar categorie of subcategorie, voor:
a. beheerders als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, onderdelen 1° en 2°: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
b. effecteninstellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, onder 1°: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen belast is met het verrichten van transacties in effecten;
c. effecteninstellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, onder 2° en 5°: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling;
d. houders van effectenbeurzen als bedoeld in artikel 13, onderdeel c, onder 1°: het aantal effectentransacties totstandgekomen op de effectenbeurs;
e. schadeverzekeraars, levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars: het bruto premie-inkomen in Nederland;
f. pensioenfondsen: het beheerd vermogen;
g. instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 3°: de gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar.
2. De minister stelt jaarlijks voor 15 juli, op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten, per categorie of subcategorie een verdeelsleutel vast op basis van de maatstaf, bedoeld in het eerste lid. De minister kan daarbij bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een verdeelsleutel vaststellen.
3. De Autoriteit Financiële Markten baseert haar voorstel voor de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel op de desbetreffende maatstaf die betrekking heeft op gegevens van het voorafgaande jaar, dan wel het tweede voorafgaande jaar indien de gegevens over het voorafgaande jaar niet beschikbaar zijn.
a. beheerders als bedoeld in artikel 13, onderdeel a, onderdelen 1° en 2°: het gezamenlijke balanstotaal van de beleggingsinstellingen waarover beheer wordt gevoerd;
b. effecteninstellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, onder 1°: het aantal in Nederland werkzame personen dat door die instellingen belast is met het verrichten van transacties in effecten;
c. effecteninstellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel b, onder 2° en 5°: het type vergunning voor het verlenen van beleggingsdiensten en het aantal effectenrekeningen bij of in beheer bij de desbetreffende instelling;
d. houders van effectenbeurzen als bedoeld in artikel 13, onderdeel c, onder 1°: het aantal effectentransacties totstandgekomen op de effectenbeurs;
e. schadeverzekeraars, levensverzekeraars en natura-uitvaartverzekeraars: het bruto premie-inkomen in Nederland;
f. pensioenfondsen: het beheerd vermogen;
g. instellingen als bedoeld in artikel 13, onderdeel d, onder 3°: de gemiddelde marktkapitalisatie van de instelling over de eerste drie maanden van het lopende kalenderjaar.
2. De minister stelt jaarlijks voor 15 juli, op voorstel van de Autoriteit Financiële Markten, per categorie of subcategorie een verdeelsleutel vast op basis van de maatstaf, bedoeld in het eerste lid. De minister kan daarbij bandbreedtes bepalen en per bandbreedte een verdeelsleutel vaststellen.
3. De Autoriteit Financiële Markten baseert haar voorstel voor de in het tweede lid bedoelde verdeelsleutel op de desbetreffende maatstaf die betrekking heeft op gegevens van het voorafgaande jaar, dan wel het tweede voorafgaande jaar indien de gegevens over het voorafgaande jaar niet beschikbaar zijn.