BWBR0016221
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 11
Regeling bekostiging financieel toezicht
1. De toezichthoudende autoriteit brengt jaarlijks een bedrag in rekening aan een onder toezicht staande instelling ter vergoeding van kosten ter uitvoering van aan haar opgedragen taken of toegekende bevoegdheden, voor zover deze kosten niet reeds op grond van de artikelen 7 tot en met 10in rekening worden gebracht.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden op basis van de begroting waarmee is ingestemd geraamd voor het jaar waarop het in rekening te brengen bedrag betrekking heeft, met dien verstande dat op die kosten in mindering worden gebracht de kosten die voor dat jaar ten laste komen van de rijksbegroting.
3. De geraamde kosten worden toegerekend aan categorieën van onder toezicht staande instellingen naar de mate van hun beslag op de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid. Per categorie vindt een nadere toerekening plaats, indien subcategorieën van onder toezicht staande instellingen zijn aangewezen.
4. Op de per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten worden in mindering gebracht:
a. een positief exploitatiesaldo dat aan de desbetreffende categorie of subcategorie valt toe te rekenen, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 6 is opgenomen in de jaarrekening of verantwoording waarmee is ingestemd;
b. de opbrengsten uit bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen, die aan de desbetreffende categorie of subcategorie vallen toe te rekenen en die niet reeds zijn opgenomen in het exploitatiesaldo, voor zover de hieraan ten grondslag liggende besluiten van de toezichthoudende autoriteit in het voorafgaande jaar onherroepelijk zijn geworden.
5. De per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten worden vermeerderd met een negatief exploitatiesaldo of een gedeelte daarvan dat aan de desbetreffende categorie of subcategorie valt toe te rekenen, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 6is opgenomen in de jaarrekening of verantwoording waarmee is ingestemd.
6. Indien het kosten betreft ter uitvoering van aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgedragen taken of toegekende bevoegdheden uit hoofde van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993of de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, geschiedt de raming, bedoeld in het tweede lid, op basis van de goedgekeurde begroting, bedoeld in artikel 7a van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
7. Indien een onder toezicht staande instelling valt onder twee of meer categorieën of subcategorieën, brengt de toezichthoudende autoriteit aan die onder toezicht staande instelling voor elk van de categorieën of subcategorieën een bedrag als bedoeld in het eerste lid in rekening, met uitzondering van het deel van het bedrag dat strekt ter vergoeding van de kosten ter uitvoering van artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Ten aanzien van laatstbedoelde kosten wordt door de Autoriteit Financiële Markten slechts voor één categorie of subcategorie een bedrag in rekening gebracht.
8. Voor zover het bedrag, bedoeld in het eerste lid, strekt ter vergoeding van de kosten ter uitvoering van het Besluit financiële bijsluiterwordt dit door de Autoriteit Financiële Markten niet in rekening gebracht, indien de desbetreffende onder toezicht staande instelling geen complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit financiële bijsluiteraanbiedt.
2. De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden op basis van de begroting waarmee is ingestemd geraamd voor het jaar waarop het in rekening te brengen bedrag betrekking heeft, met dien verstande dat op die kosten in mindering worden gebracht de kosten die voor dat jaar ten laste komen van de rijksbegroting.
3. De geraamde kosten worden toegerekend aan categorieën van onder toezicht staande instellingen naar de mate van hun beslag op de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid. Per categorie vindt een nadere toerekening plaats, indien subcategorieën van onder toezicht staande instellingen zijn aangewezen.
4. Op de per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten worden in mindering gebracht:
a. een positief exploitatiesaldo dat aan de desbetreffende categorie of subcategorie valt toe te rekenen, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 6 is opgenomen in de jaarrekening of verantwoording waarmee is ingestemd;
b. de opbrengsten uit bestuurlijke boetes en verbeurde dwangsommen, die aan de desbetreffende categorie of subcategorie vallen toe te rekenen en die niet reeds zijn opgenomen in het exploitatiesaldo, voor zover de hieraan ten grondslag liggende besluiten van de toezichthoudende autoriteit in het voorafgaande jaar onherroepelijk zijn geworden.
5. De per categorie of subcategorie toegerekende geraamde kosten worden vermeerderd met een negatief exploitatiesaldo of een gedeelte daarvan dat aan de desbetreffende categorie of subcategorie valt toe te rekenen, indien een daartoe strekkend voorstel als bedoeld in artikel 6is opgenomen in de jaarrekening of verantwoording waarmee is ingestemd.
6. Indien het kosten betreft ter uitvoering van aan de Pensioen- & Verzekeringskamer opgedragen taken of toegekende bevoegdheden uit hoofde van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993of de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, geschiedt de raming, bedoeld in het tweede lid, op basis van de goedgekeurde begroting, bedoeld in artikel 7a van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
7. Indien een onder toezicht staande instelling valt onder twee of meer categorieën of subcategorieën, brengt de toezichthoudende autoriteit aan die onder toezicht staande instelling voor elk van de categorieën of subcategorieën een bedrag als bedoeld in het eerste lid in rekening, met uitzondering van het deel van het bedrag dat strekt ter vergoeding van de kosten ter uitvoering van artikel 18a van de Wet toezicht effectenverkeer 1995. Ten aanzien van laatstbedoelde kosten wordt door de Autoriteit Financiële Markten slechts voor één categorie of subcategorie een bedrag in rekening gebracht.
8. Voor zover het bedrag, bedoeld in het eerste lid, strekt ter vergoeding van de kosten ter uitvoering van het Besluit financiële bijsluiterwordt dit door de Autoriteit Financiële Markten niet in rekening gebracht, indien de desbetreffende onder toezicht staande instelling geen complexe producten als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit financiële bijsluiteraanbiedt.