BWBR0016221
Geldig vanaf 2004-01-01
Artikel 2
Regeling bekostiging financieel toezicht
1. De toezichthoudende autoriteit stelt jaarlijks een begroting op van de in het daarop volgende jaar te verwachten baten en lasten, investeringsuitgaven alsmede inkomsten en uitgaven met betrekking tot de uitvoering van de taken en bevoegdheden alsmede de daaruit voortvloeiende werkzaamheden die haar zijn opgedragen bij of krachtens de Wet inzake de geldtransactiekantoren, de Wet toezicht beleggingsinstellingen, de Wet toezicht effectenverkeer 1995, de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijfen de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993.
2. De begroting wordt op een zodanige wijze opgesteld dat de lasten en uitgaven structureel worden gedekt door debaten en inkomsten.
3. De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.
4. Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatste jaarrekening of verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd.
5. De toezichthoudende autoriteit zendt de begroting, vergezeld van een toelichting, voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan de minister.
6. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
7. De toezichthoudende autoriteit doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de begroting waarmee is ingestemd en maakt deze openbaar.
2. De begroting wordt op een zodanige wijze opgesteld dat de lasten en uitgaven structureel worden gedekt door debaten en inkomsten.
3. De begrotingsposten worden van een toelichting voorzien.
4. Tenzij de werkzaamheden waarop de begroting betrekking heeft nog niet eerder werden verricht, bevat de begroting een vergelijking met de begroting van het lopende jaar en de laatste jaarrekening of verantwoording waarmee de minister heeft ingestemd.
5. De toezichthoudende autoriteit zendt de begroting, vergezeld van een toelichting, voor 1 december van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar ter instemming aan de minister.
6. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
7. De toezichthoudende autoriteit doet onverwijld mededeling in de Staatscourant van de begroting waarmee is ingestemd en maakt deze openbaar.