BWBR0015007
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 86
Spoorwegwet
1. Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/141" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering</a>, belast de met betrekking tot deze wet krachtens <a href="/wet/BWBR0002063/artikel/17" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 17, eerste lid, onderdeel 2°, van de Wet op de economische delicten</a>aangewezen ambtenaren. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/179" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 179 tot en met 182</a>en <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/184" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">184 van het Wetboek van Strafrecht</a>, voorzover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
2. Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn voorts belast de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie tezamen aangewezen personen.
3. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
2. Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet strafbaar gestelde feiten zijn voorts belast de bij besluit van Onze Minister en Onze Minister van Justitie tezamen aangewezen personen.
3. Van een besluit als bedoeld in het tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.