BWBR0015007
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 26dd
Spoorwegwet
1. Dit artikel is van toepassing op de besluiten die Onze Minister neemt op grond van:
a. artikel 26h, tweede lid,
b. artikel 26k, tweede en vierde lid,
c. artikel 26m, eerste lid.
2. Onze Minister deelt uiterlijk een maand na ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager mede of alle informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de aanvraag is verstrekt.
3. Onze Minister stelt een redelijke termijn voor het indienen van aanvullende informatie indien hij van oordeel is dat er onvoldoende informatie voor een goede beoordeling van de aanvraag is verstrekt.
4. Onze Minister beslist na ontvangst van alle informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de aanvraag, met inachtneming van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:14, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, uiterlijk binnen vier maanden.
5. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht</a>wordt een bezwaarschrift tegen een besluit ingediend binnen een maand na de bekendmaking van het besluit.
6. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:10, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>beslist Onze Minister op een bezwaarschrift uiterlijk binnen twee maanden, gerekend vanaf de dag na die waarop het bezwaarschrift is ontvangen.
7. Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van een goede uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking nadere regels worden gesteld met betrekking tot de termijnen, bedoeld in dit artikel.
a. artikel 26h, tweede lid,
b. artikel 26k, tweede en vierde lid,
c. artikel 26m, eerste lid.
2. Onze Minister deelt uiterlijk een maand na ontvangst van de aanvraag aan de aanvrager mede of alle informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de aanvraag is verstrekt.
3. Onze Minister stelt een redelijke termijn voor het indienen van aanvullende informatie indien hij van oordeel is dat er onvoldoende informatie voor een goede beoordeling van de aanvraag is verstrekt.
4. Onze Minister beslist na ontvangst van alle informatie die nodig is voor een goede beoordeling van de aanvraag, met inachtneming van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/4:14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4:14, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>, uiterlijk binnen vier maanden.
5. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/6:7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht</a>wordt een bezwaarschrift tegen een besluit ingediend binnen een maand na de bekendmaking van het besluit.
6. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/7:10" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:10, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>beslist Onze Minister op een bezwaarschrift uiterlijk binnen twee maanden, gerekend vanaf de dag na die waarop het bezwaarschrift is ontvangen.
7. Bij ministeriële regeling kunnen in het belang van een goede uitvoering van bindende EU-rechtshandelingen van algemene strekking nadere regels worden gesteld met betrekking tot de termijnen, bedoeld in dit artikel.