BWBR0015007
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 16
Spoorwegwet
1. Onze Minister verleent een of meer concessies voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Het beheer omvat, met inachtneming van artikel 3, punt 2, van richtlijn 2012/34/EU, de zorg voor:
a. de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van die infrastructuur;
b. een eerlijke, niet-discriminerende en transparante verdeling van de capaciteit van die infrastructuur zowel ten behoeve van de beheerder als ten behoeve van spoorwegondernemingen;
c. het leiden van het verkeer over die infrastructuur.
2. Een concessie bevat een beschrijving van de werkzaamheden waarvoor de concessie wordt verleend.
3. Een concessie voldoet aan de eisen, opgenomen in artikel 30, tweede lid, van richtlijn 2012/34/EU.
4. Een concessie wordt niet verleend aan een spoorwegonderneming dan met inachtneming van artikel 7 bis van richtlijn 2012/34/EU.
a. de kwaliteit, betrouwbaarheid en beschikbaarheid van die infrastructuur;
b. een eerlijke, niet-discriminerende en transparante verdeling van de capaciteit van die infrastructuur zowel ten behoeve van de beheerder als ten behoeve van spoorwegondernemingen;
c. het leiden van het verkeer over die infrastructuur.
2. Een concessie bevat een beschrijving van de werkzaamheden waarvoor de concessie wordt verleend.
3. Een concessie voldoet aan de eisen, opgenomen in artikel 30, tweede lid, van richtlijn 2012/34/EU.
4. Een concessie wordt niet verleend aan een spoorwegonderneming dan met inachtneming van artikel 7 bis van richtlijn 2012/34/EU.