BWBR0015007
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 77
Spoorwegwet
1. Onze Minister kan een bestuurlijke boete opleggen ter zake van overtreding van de artikelen 26a, eerste, tweede en vierde lid, 26c, 26ca, derde lid, 26k, eerste lid, 26q, eerste en tweede lid, 26r, vierde lid, 26s, tiende lid, 26y, 26aa, derde lid, laatste volzin, en vijfde lid, 51, vierde lid, 53, 65, tweede lid, 74a, 96, tweede lid, en 96a, alsmede ter zake van de overtreding van de krachtens de hoofdstukken 1, 2, 2aen de artikelen 35, 64, tweede lid, 65, eerste lid, 81, tweede lid, en hoofdstuk 6, paragraaf 9vastgestelde voorschriften, voor zover die overtreding daarbij uitdrukkelijk als beboetbaar feit is aangemerkt.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Een overtreding die krachtens het eerste lid als beboetbaar feit is aangemerkt, wordt niet tevens als strafbaar feit krachtens artikel 87, eerste lid, aangemerkt.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.
3. Een overtreding die krachtens het eerste lid als beboetbaar feit is aangemerkt, wordt niet tevens als strafbaar feit krachtens artikel 87, eerste lid, aangemerkt.