BWBR0015007
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 66
Spoorwegwet
1. Onze Minister kan onderzoek verrichten naar de oorzaken van ongevallen en incidenten op hoofdspoorwegen en naar andere onregelmatigheden in de afwikkeling van het spoorverkeer waardoor de veiligheid van het spoorverkeer of van daarbij betrokken personen in gevaar is gebracht of in gevaar gebracht had kunnen worden, indien hij dit onderzoek nodig acht ter evaluatie van de wettelijke voorschriften en het beleid op het terrein van de veiligheid van het spoorverkeer.
2. Ten behoeve van het onderzoek hebben de door Onze Minister aangewezen ambtenaren jegens spoorwegondernemingen en de beheerder de bevoegdheden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:15</a>tot en met <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:19 van de Algemene wet bestuursrecht</a>. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:12</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:13</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, derde lid, van de Algemeen wet bestuursrecht</a>ter handhaving van het tweede lid.
4. Onze Minister onthoudt zich van het onderzoek naar de oorzaken van ongevallen en incidenten op hoofdspoorwegen voorzover de Onderzoeksraad voor veiligheid naar het betreffende voorval een onderzoek instelt.
2. Ten behoeve van het onderzoek hebben de door Onze Minister aangewezen ambtenaren jegens spoorwegondernemingen en de beheerder de bevoegdheden, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:15</a>tot en met <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:19 van de Algemene wet bestuursrecht</a>. De <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5:12</a>, <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:13" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:13</a>en <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5:20, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
3. Onze Minister is bevoegd tot overeenkomstige toepassing van <a href="/wet/BWBR0005537/artikel/5:20" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5:20, derde lid, van de Algemeen wet bestuursrecht</a>ter handhaving van het tweede lid.
4. Onze Minister onthoudt zich van het onderzoek naar de oorzaken van ongevallen en incidenten op hoofdspoorwegen voorzover de Onderzoeksraad voor veiligheid naar het betreffende voorval een onderzoek instelt.