BWBR0015007
Geldig vanaf 2019-06-16
Artikel 118
Spoorwegwet
1. Tot en met de eerste dag van de vierde kalendermaand na de dag waarop artikel 28in werking treedt, worden houders van een vergunning voor openbaar vervoer per trein, verleend ingevolge de Wet personenvervoer of de <a href="/wet/BWBR0011470" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet personenvervoer 2000</a>, en houders van een erkenning als spoorwegonderneming, afgegeven door Onze Minister, voor de toepassing van deze wet aangemerkt als houders van een bedrijfsvergunning.
2. Het eerste lid geldt ook na de daarin bedoelde periode ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde houders, indien zij voor de afloop van die periode een aanvraag hebben ingediend voor een vergunning als bedoeld in artikel 28en zolang als daarop niet onherroepelijk is beslist.
2. Het eerste lid geldt ook na de daarin bedoelde periode ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde houders, indien zij voor de afloop van die periode een aanvraag hebben ingediend voor een vergunning als bedoeld in artikel 28en zolang als daarop niet onherroepelijk is beslist.