BWBR0014608
Geldig vanaf 2003-07-10
Artikel 8
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2003
1. Het Subsidieprogramma reductie overige broeikasgassen 2003 heeft tot doel het ondersteunen van de realisatie van de reductiedoelstelling zoals beschreven in de Evaluatienota Klimaatbeleid (Kamerstukken 2001/02, 28 240, nr. 2) op het terrein van de overige broeikasgassen, zijnde methaan (CH4), lachgas (N2O) en de gefluoreerde verbindingen HFK, PFK en SF6.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject, marktintroductieproject of een toepassingsproject betreft, dat tot doel heeft het bevorderen, ontwikkelen en toepassen van innovatieve technieken ter vermindering van de emissie van de overige broeikasgassen;
b. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject of een demonstratieproject betreft, dat gericht is op het opdoen van nieuwe kennis over of het invoeren van maatregelen voor een goede bedrijfsvoering (good housekeeping) die bijdragen aan een vermindering van de emissie van de overige broeikasgassen, of
c. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject, marktintroductieproject of een toepassingsproject betreft, dat gericht is op de ontwikkeling en implementatie van innovatieve meet- en monitoringtechnieken voor het bepalen van de omvang van de emissies van de overige broeikasgassen.
3. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject of een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 10.000,-, of
b. het een industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of een demonstratieproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 25.000,-.
4. In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of een preconcurrentieel ontwikkelingsproject in hoofdzaak buiten Nederland worden uitgevoerd, indien uit de aanvraag tot subsidieverlening blijkt dat:
a. het project redelijkerwijs niet volledig in Nederland kan worden uitgevoerd, en
b. beoogd wordt de techniek waarop het project betrekking heeft in Nederland toe te passen.
5. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
6. In afwijking van artikel 4is het maximumsubsidiebedrag voor:
a. een demonstratieproject: € 500.000,-, en
b. een marktintroductieproject: € 375.000,-.
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. De subsidieontvanger is, indien het een demonstratieproject, marktintroductieproject of een toepassingsproject betreft, verplicht:
a. gedurende ten minste drie maanden de emissie van de broeikasgassen, waarop het project betrekking heeft, te meten en te registreren, en
b. de in onderdeel a bedoelde meetresultaten op te nemen in het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies.
9. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2003 bedraagt € 2.000.000,-.
10. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
11. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, onderzoekinstellingen, waaronder begrepen universiteiten, en andere instellingen, voorzover die niet tot de rijksoverheid behoren.
12. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 15 oktober 2003.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject, marktintroductieproject of een toepassingsproject betreft, dat tot doel heeft het bevorderen, ontwikkelen en toepassen van innovatieve technieken ter vermindering van de emissie van de overige broeikasgassen;
b. het een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject of een demonstratieproject betreft, dat gericht is op het opdoen van nieuwe kennis over of het invoeren van maatregelen voor een goede bedrijfsvoering (good housekeeping) die bijdragen aan een vermindering van de emissie van de overige broeikasgassen, of
c. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject, demonstratieproject, marktintroductieproject of een toepassingsproject betreft, dat gericht is op de ontwikkeling en implementatie van innovatieve meet- en monitoringtechnieken voor het bepalen van de omvang van de emissies van de overige broeikasgassen.
3. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een fundamenteel onderzoeksproject, industrieel haalbaarheidsproject of een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 10.000,-, of
b. het een industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of een demonstratieproject betreft, waarvan de subsidiabele kosten lager zijn dan € 25.000,-.
4. In afwijking van artikel 2, eerste lid, kan een industrieel haalbaarheidsproject, industrieel onderzoeksproject, preconcurrentieel haalbaarheidsproject of een preconcurrentieel ontwikkelingsproject in hoofdzaak buiten Nederland worden uitgevoerd, indien uit de aanvraag tot subsidieverlening blijkt dat:
a. het project redelijkerwijs niet volledig in Nederland kan worden uitgevoerd, en
b. beoogd wordt de techniek waarop het project betrekking heeft in Nederland toe te passen.
5. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
6. In afwijking van artikel 4is het maximumsubsidiebedrag voor:
a. een demonstratieproject: € 500.000,-, en
b. een marktintroductieproject: € 375.000,-.
7. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
8. De subsidieontvanger is, indien het een demonstratieproject, marktintroductieproject of een toepassingsproject betreft, verplicht:
a. gedurende ten minste drie maanden de emissie van de broeikasgassen, waarop het project betrekking heeft, te meten en te registreren, en
b. de in onderdeel a bedoelde meetresultaten op te nemen in het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies.
9. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2003 bedraagt € 2.000.000,-.
10. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
11. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door bedrijven, onderzoekinstellingen, waaronder begrepen universiteiten, en andere instellingen, voorzover die niet tot de rijksoverheid behoren.
12. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 15 oktober 2003.