BWBR0014608
Geldig vanaf 2003-07-10
Artikel 13
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2003
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
2. Het Subsidieprogramma innovaties energiebesparing woningen en gebouwen 2003 heeft tot doel de totale CO
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of een demonstratieproject betreft, dat betrekking heeft op:
a. renovatie van één of meer bestaande woningen;
b. nieuwbouw van één of meer gebouwen in de segmenten kantoren, klinische gezondheidszorg of onderwijs, of
c. renovatie van één of meer gebouwen in de segmenten kantoren, klinische gezondheidszorg of onderwijs.
4. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject of een demonstratieproject betreft, dat uitsluitend betrekking heeft op een op zichzelf staande nieuwe technische maatregel die pas na een termijn van drie jaar of langer toegepast kan worden in een nieuw concept.
5. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten tevens betrokken:
a. de mate van verbetering van de kwaliteit van het binnenmilieu;
b. de hoogte van de EPC en de Energie-Index.
6. In afwijking van artikel 4is het maximumsubsidiebedrag voor:
a. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: € 14.000,-;
b. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: € 40.000,-;
c. een demonstratieproject: € 40.000,-.
7. In afwijking van artikel 3kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
8. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
9. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2003 bedraagt € 648.000,- waarvan ten hoogste:
a. € 330.000,- beschikbaar is voor preconcurrentiële haalbaarheidsprojecten, met dien verstande dat: 1º voor projecten in het segment woningen ten hoogste € 168.000,- beschikbaar is, en
2º voor projecten die alleen betrekking hebben op een op zichzelf staande technische maatregel die pas na drie jaar of langer toegepast kan worden in een nieuw concept ten hoogste € 50.000,- beschikbaar is, en
1º voor projecten in het segment woningen ten hoogste € 168.000,- beschikbaar is, en
2º voor projecten die alleen betrekking hebben op een op zichzelf staande technische maatregel die pas na drie jaar of langer toegepast kan worden in een nieuw concept ten hoogste € 50.000,- beschikbaar is, en
b. voor preconcurrentiële ontwikkelingsprojecten in het segment woningen en demonstratieprojecten in het segment woningen, tezamen ten hoogste € 160.000,- beschikbaar is.
10. Bij de subsidieverlening:
a. wordt met betrekking tot preconcurrentiële haalbaarheidsprojecten beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt;
b. worden aanvragen voor preconcurrentiële ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten met betrekking tot soortgelijke projecten gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
11. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat:
a. indien het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, het project binnen negen maanden na de subsidieverlening is uitgevoerd;
b. indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject betreft, het project binnen vijf jaar na de subsidieverlening is uitgevoerd;
c. indien het een project als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, betreft, na de uitvoering van het project de woning een Energie-Index heeft die ten minste 30% lager is dan de Energie-Index van de Novem-referentiewoning (Referentiewoningen bestaande bouw, april 2000, Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu B.V.) waarmee de desbetreffende gerenoveerde woning vergelijkbaar is;
d. indien het een project als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, betreft, na uitvoering van het project een gebouw in het segment kantoren een EPC heeft van ten hoogste 0,9, een gebouw in het segment klinische gezondheidszorg een EPC heeft van ten hoogste 2,2 en een gebouw in het segment onderwijs een EPC heeft van ten hoogste 1,2;
e. indien het een project als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, betreft, na uitvoering van het project een gebouw in het segment kantoren een EPC heeft van ten hoogste 1,2, een gebouw in het segment klinische gezondheidszorg een EPC heeft van ten hoogste 2,9 en een gebouw in het segment onderwijs een EPC heeft van ten hoogste 1,4.
12. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die niet tot de rijksoverheid behoort.
13. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Novem met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening voor preconcurrentiële haalbaarheidsprojecten worden ingediend voor 2 september 2003. Aanvragen tot subsidieverlening voor preconcurrentiële ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten worden ingediend voor 16 september 2003.
2. Het Subsidieprogramma innovaties energiebesparing woningen en gebouwen 2003 heeft tot doel de totale CO
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject, preconcurrentieel ontwikkelingsproject of een demonstratieproject betreft, dat betrekking heeft op:
a. renovatie van één of meer bestaande woningen;
b. nieuwbouw van één of meer gebouwen in de segmenten kantoren, klinische gezondheidszorg of onderwijs, of
c. renovatie van één of meer gebouwen in de segmenten kantoren, klinische gezondheidszorg of onderwijs.
4. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject of een demonstratieproject betreft, dat uitsluitend betrekking heeft op een op zichzelf staande nieuwe technische maatregel die pas na een termijn van drie jaar of langer toegepast kan worden in een nieuw concept.
5. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten tevens betrokken:
a. de mate van verbetering van de kwaliteit van het binnenmilieu;
b. de hoogte van de EPC en de Energie-Index.
6. In afwijking van artikel 4is het maximumsubsidiebedrag voor:
a. een preconcurrentieel haalbaarheidsproject: € 14.000,-;
b. een preconcurrentieel ontwikkelingsproject: € 40.000,-;
c. een demonstratieproject: € 40.000,-.
7. In afwijking van artikel 3kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
8. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
9. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2003 bedraagt € 648.000,- waarvan ten hoogste:
a. € 330.000,- beschikbaar is voor preconcurrentiële haalbaarheidsprojecten, met dien verstande dat: 1º voor projecten in het segment woningen ten hoogste € 168.000,- beschikbaar is, en
2º voor projecten die alleen betrekking hebben op een op zichzelf staande technische maatregel die pas na drie jaar of langer toegepast kan worden in een nieuw concept ten hoogste € 50.000,- beschikbaar is, en
1º voor projecten in het segment woningen ten hoogste € 168.000,- beschikbaar is, en
2º voor projecten die alleen betrekking hebben op een op zichzelf staande technische maatregel die pas na drie jaar of langer toegepast kan worden in een nieuw concept ten hoogste € 50.000,- beschikbaar is, en
b. voor preconcurrentiële ontwikkelingsprojecten in het segment woningen en demonstratieprojecten in het segment woningen, tezamen ten hoogste € 160.000,- beschikbaar is.
10. Bij de subsidieverlening:
a. wordt met betrekking tot preconcurrentiële haalbaarheidsprojecten beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt;
b. worden aanvragen voor preconcurrentiële ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten met betrekking tot soortgelijke projecten gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
11. De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat:
a. indien het een preconcurrentieel haalbaarheidsproject betreft, het project binnen negen maanden na de subsidieverlening is uitgevoerd;
b. indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject of demonstratieproject betreft, het project binnen vijf jaar na de subsidieverlening is uitgevoerd;
c. indien het een project als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, betreft, na de uitvoering van het project de woning een Energie-Index heeft die ten minste 30% lager is dan de Energie-Index van de Novem-referentiewoning (Referentiewoningen bestaande bouw, april 2000, Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu B.V.) waarmee de desbetreffende gerenoveerde woning vergelijkbaar is;
d. indien het een project als bedoeld in het derde lid, onderdeel b, betreft, na uitvoering van het project een gebouw in het segment kantoren een EPC heeft van ten hoogste 0,9, een gebouw in het segment klinische gezondheidszorg een EPC heeft van ten hoogste 2,2 en een gebouw in het segment onderwijs een EPC heeft van ten hoogste 1,2;
e. indien het een project als bedoeld in het derde lid, onderdeel c, betreft, na uitvoering van het project een gebouw in het segment kantoren een EPC heeft van ten hoogste 1,2, een gebouw in het segment klinische gezondheidszorg een EPC heeft van ten hoogste 2,9 en een gebouw in het segment onderwijs een EPC heeft van ten hoogste 1,4.
12. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die niet tot de rijksoverheid behoort.
13. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Novem met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening voor preconcurrentiële haalbaarheidsprojecten worden ingediend voor 2 september 2003. Aanvragen tot subsidieverlening voor preconcurrentiële ontwikkelingsprojecten en demonstratieprojecten worden ingediend voor 16 september 2003.