BWBR0014608
Geldig vanaf 2003-07-10
Artikel 12
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2003
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder keten: Samenhangende aaneenschakeling van handelingen bij productie en consumptie, alsmede de aaneenschakeling van de organisaties waarbinnen deze handelingen worden uitgevoerd, beginnend bij de winning van de grondstof en eindigend bij de afdanking of het hergebruik.
2. Het Subsidieprogramma stimulering productgerichte milieuzorg 2003 heeft tot doel het stimuleren van de verdere ontwikkeling en verspreiding van productgerichte milieuzorgsystemen, gericht op continue verbetering en beheersing van de milieuprestaties van producten en diensten in de keten.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een industrieel onderzoeksproject betreft, dat betrekking heeft op één of meer ondernemingen die bij de inschrijving in het Handelsregister blijkens de Bedrijfsindeling Kamers van Koophandel 1995 zijn ingedeeld onder sectie D (Industrie) van die bedrijfsindeling.
4. In afwijking van het derde lid kan een industrieel onderzoeksproject dat betrekking heeft op één of meer ondernemingen die niet zijn ingedeeld in de sectie, genoemd in dat lid, in aanmerking komen indien dat project naar het oordeel van de minister een zeer belangrijke bijdrage levert aan de realisatie van de doelstelling, bedoeld in het tweede lid..
5. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. de subsidiabele kosten lager zijn dan € 11.500,-, of
b. de looptijd van het project langer is dan twee jaar.
6. Bij de beoordeling van een aanvraag tot subsidieverlening wordt, naast de in artikel 2, tweede lid, genoemde aspecten, tevens betrokken de mate waarin er sprake is van een systematische beheersstructuur, uitgaande van de volgende drie kenmerken van productgerichte milieuzorg:
a. verankering door middel van een zorgsysteem,
b. continue verbetering van de milieuprestaties van het product in de keten;
c. betrokkenheid van partijen in de keten.
7. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
8. Artikel 3, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 3°, 4° en 6°, is niet van toepassing op een project als bedoeld in het tweede lid.
9. In afwijking van artikel 4is het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten voor een industrieel onderzoeksproject waarvoor subsidie is aangevraagd door:
a. een intermediaire organisatie: ten hoogste 50% tot een maximumsubsidiebedrag van € 75.000,-;
b. een onderneming: ten hoogste 50% tot een maximumsubsidiebedrag van € 65.000,-.
10. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van een aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
11. De subsidieontvanger:
a. verstrekt het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies met gebruikmaking van een bij de Novem verkrijgbaar model, en
b. verstrekt aan de minister een projectsamenvatting ten behoeve van externe communicatie binnen twee weken na de subsidieverlening.
12. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2003 bedraagt € 1.000.000,-.
13. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
14. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een intermediaire organisatie of een onderneming.
15. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 oktober 2003.
2. Het Subsidieprogramma stimulering productgerichte milieuzorg 2003 heeft tot doel het stimuleren van de verdere ontwikkeling en verspreiding van productgerichte milieuzorgsystemen, gericht op continue verbetering en beheersing van de milieuprestaties van producten en diensten in de keten.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien het een industrieel onderzoeksproject betreft, dat betrekking heeft op één of meer ondernemingen die bij de inschrijving in het Handelsregister blijkens de Bedrijfsindeling Kamers van Koophandel 1995 zijn ingedeeld onder sectie D (Industrie) van die bedrijfsindeling.
4. In afwijking van het derde lid kan een industrieel onderzoeksproject dat betrekking heeft op één of meer ondernemingen die niet zijn ingedeeld in de sectie, genoemd in dat lid, in aanmerking komen indien dat project naar het oordeel van de minister een zeer belangrijke bijdrage levert aan de realisatie van de doelstelling, bedoeld in het tweede lid..
5. Een project komt niet voor subsidie in aanmerking indien:
a. de subsidiabele kosten lager zijn dan € 11.500,-, of
b. de looptijd van het project langer is dan twee jaar.
6. Bij de beoordeling van een aanvraag tot subsidieverlening wordt, naast de in artikel 2, tweede lid, genoemde aspecten, tevens betrokken de mate waarin er sprake is van een systematische beheersstructuur, uitgaande van de volgende drie kenmerken van productgerichte milieuzorg:
a. verankering door middel van een zorgsysteem,
b. continue verbetering van de milieuprestaties van het product in de keten;
c. betrokkenheid van partijen in de keten.
7. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
8. Artikel 3, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, 3°, 4° en 6°, is niet van toepassing op een project als bedoeld in het tweede lid.
9. In afwijking van artikel 4is het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten voor een industrieel onderzoeksproject waarvoor subsidie is aangevraagd door:
a. een intermediaire organisatie: ten hoogste 50% tot een maximumsubsidiebedrag van € 75.000,-;
b. een onderneming: ten hoogste 50% tot een maximumsubsidiebedrag van € 65.000,-.
10. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van een aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
11. De subsidieontvanger:
a. verstrekt het verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van het project, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel a, van het Besluit milieusubsidies met gebruikmaking van een bij de Novem verkrijgbaar model, en
b. verstrekt aan de minister een projectsamenvatting ten behoeve van externe communicatie binnen twee weken na de subsidieverlening.
12. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2003 bedraagt € 1.000.000,-.
13. Bij de subsidieverlening wordt beslist in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de aanvrager tot subsidieverlening krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.
14. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door een intermediaire organisatie of een onderneming.
15. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 1 oktober 2003.