BWBR0014608
Geldig vanaf 2003-07-10
Artikel 2
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2003
1. Subsidie kan worden verleend, indien de subsidieaanvrager in hoofdzaak in Nederland een project uitvoert dat, mede gelet op in het tweede lid genoemde aspecten, voorzover deze van toepassing zijn, naar het oordeel van de minister in voldoende mate bijdraagt aan de realisatie van de doelstellingen van een subsidieprogramma als bedoeld in deze regeling en de realisatie van andere doelstellingen van overheidsbeleid niet in de weg staat.
2. De aspecten, bedoeld in het eerste lid, zijn ten minste:
a. de milieuverdienste;
b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit en de beoogde resultaten ervan;
c. de oorspronkelijkheid van het project ;
d. de slaagkans van het project;
e. de hoeveelheid relevante informatie die door uitvoering van het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
f. de doelmatigheid waarmee door middel van het project kennis kan worden verspreid, en
g. de toepassingsmogelijkheden van producten, apparaten, systemen of technieken, waarop het project betrekking heeft, en de markt daarvoor.
2. De aspecten, bedoeld in het eerste lid, zijn ten minste:
a. de milieuverdienste;
b. de kosten van het project in relatie tot de kwaliteit en de beoogde resultaten ervan;
c. de oorspronkelijkheid van het project ;
d. de slaagkans van het project;
e. de hoeveelheid relevante informatie die door uitvoering van het project aan de bestaande kennis wordt toegevoegd;
f. de doelmatigheid waarmee door middel van het project kennis kan worden verspreid, en
g. de toepassingsmogelijkheden van producten, apparaten, systemen of technieken, waarop het project betrekking heeft, en de markt daarvoor.