BWBR0014608
Geldig vanaf 2003-07-10
Artikel 6
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2003
1. De subsidieontvanger is verplicht:
a. bij de uitvoering van het project te beschikken over de daarvoor benodigde vergunningen of ontheffingen;
b. indien de voor de uitvoering van het project benodigde vergunningen of ontheffingen niet zullen worden verkregen, de minister daarvan onmiddellijk in kennis te stellen;
c. indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, er voor zorg te dragen dat de binnen het project ontwikkelde eerste prototypen of proefprojecten niet worden aangewend voor industriële toepassingen of commerciële exploitatie;
d. medewerking te verlenen aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van het project, met uitzondering van vertrouwelijke bedrijfsgegevens, en
e. indien het een fundamenteel onderzoeksproject, een haalbaarheidsproject, een industrieel onderzoeksproject of een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, aan te geven wat het effect is van de subsidie op de gebruikelijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van de onderneming.
2. Het eerste lid, onderdeel e, geldt niet voor een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107) en voor een subsidieontvanger die geen onderneming is in de zin van deze regeling.
a. bij de uitvoering van het project te beschikken over de daarvoor benodigde vergunningen of ontheffingen;
b. indien de voor de uitvoering van het project benodigde vergunningen of ontheffingen niet zullen worden verkregen, de minister daarvan onmiddellijk in kennis te stellen;
c. indien het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, er voor zorg te dragen dat de binnen het project ontwikkelde eerste prototypen of proefprojecten niet worden aangewend voor industriële toepassingen of commerciële exploitatie;
d. medewerking te verlenen aan openbaarmaking van de gegevens en de resultaten van het project, met uitzondering van vertrouwelijke bedrijfsgegevens, en
e. indien het een fundamenteel onderzoeksproject, een haalbaarheidsproject, een industrieel onderzoeksproject of een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft, aan te geven wat het effect is van de subsidie op de gebruikelijke onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten van de onderneming.
2. Het eerste lid, onderdeel e, geldt niet voor een kleine of middelgrote onderneming als bedoeld in de aanbeveling nr. 96/280/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 april 1996 betreffende de definitie van de kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 107) en voor een subsidieontvanger die geen onderneming is in de zin van deze regeling.