BWBR0014608
Geldig vanaf 2003-07-10
Artikel 13a
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2003
1. Het Subsidieprogramma industrieel, flexibel en demontabel bouwen 2003 heeft tot doel het bevorderen van het gebruik van industrieel vervaardigde bestanddelen bij het bouwen die technisch zodanig zijn ontwikkeld, dat:
a. het daaruit samen te stellen bouwwerk flexibel kan worden aangepast aan een veranderde functie van het bouwwerk of aan veranderde eisen van een gebruiker van het bouwwerk, of
b. de bestanddelen gemakkelijk en zonder noemenswaardige schade aan het bouwwerk of aan de bestanddelen daarvan kunnen worden gedemonteerd teneinde te kunnen worden hergebruikt dan wel - indien hergebruik van bestanddelen niet mogelijk is - te kunnen worden gerecycleerd tot grondstoffen die geschikt zijn voor hergebruik.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een industrieel haalbaarheidsproject betreft en voorzover: 1°. de opdrachtgever voornemens is de haalbaarheid te laten onderzoeken voor de realisatie van een nieuw bouwwerk in Nederland, dan wel de renovatie of verbetering van een bestaand bouwwerk, waarbij in elk geval technieken van industrieel en flexibel bouwen of industrieel en demontabel bouwen worden toegepast;
2°. het de haalbaarheid van een naar verwachting toepassingsgerede technologie of methodiek van industrieel, flexibel en demontabel bouwen betreft;
3°. de aanvraag tot subsidieverlening een overzicht verschaft van de aard en de eigenschappen van het bouwwerk waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft en de wijze waarop industrieel, flexibel en demontabel bouwen met betrekking tot het bouwwerk zal plaatsvinden, en
4°. in de aanvraag tot subsidieverlening is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij het industrieel haalbaarheidsproject;
1°. de opdrachtgever voornemens is de haalbaarheid te laten onderzoeken voor de realisatie van een nieuw bouwwerk in Nederland, dan wel de renovatie of verbetering van een bestaand bouwwerk, waarbij in elk geval technieken van industrieel en flexibel bouwen of industrieel en demontabel bouwen worden toegepast;
2°. het de haalbaarheid van een naar verwachting toepassingsgerede technologie of methodiek van industrieel, flexibel en demontabel bouwen betreft;
3°. de aanvraag tot subsidieverlening een overzicht verschaft van de aard en de eigenschappen van het bouwwerk waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft en de wijze waarop industrieel, flexibel en demontabel bouwen met betrekking tot het bouwwerk zal plaatsvinden, en
4°. in de aanvraag tot subsidieverlening is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij het industrieel haalbaarheidsproject;
b. het een demonstratieproject betreft en voorzover: 1°. de opdrachtgever voornemens is in Nederland een nieuw bouwwerk te realiseren dan wel een bestaand bouwwerk te renoveren of te verbeteren, waarbij in elk geval technieken van industrieel en flexibel bouwen of industrieel en demontabel bouwen worden toegepast;
2°. het industrieel, flexibel en demontabel bouwen een toepassingsgerede technologie of methodiek betreft;
3°. de aanvraag tot subsidieverlening een overzicht verschaft van de aard en de eigenschappen van het bouwwerk en de wijze waarop industrieel, flexibel en demontabel bouwen met betrekking tot het bouwwerk zal plaatsvinden;
4°. in de aanvraag tot subsidieverlening is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij de realisatie van het bouwwerk;
5°. met de fysieke realisatie van het bouwwerk nog geen aanvang is gemaakt op het tijdstip waarop de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend.
1°. de opdrachtgever voornemens is in Nederland een nieuw bouwwerk te realiseren dan wel een bestaand bouwwerk te renoveren of te verbeteren, waarbij in elk geval technieken van industrieel en flexibel bouwen of industrieel en demontabel bouwen worden toegepast;
2°. het industrieel, flexibel en demontabel bouwen een toepassingsgerede technologie of methodiek betreft;
3°. de aanvraag tot subsidieverlening een overzicht verschaft van de aard en de eigenschappen van het bouwwerk en de wijze waarop industrieel, flexibel en demontabel bouwen met betrekking tot het bouwwerk zal plaatsvinden;
4°. in de aanvraag tot subsidieverlening is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij de realisatie van het bouwwerk;
5°. met de fysieke realisatie van het bouwwerk nog geen aanvang is gemaakt op het tijdstip waarop de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend.
3. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. voor industriële haalbaarheidsprojecten: 1° de mate waarin sprake is van industrieel bouwen;
2° de mate waarin sprake is van flexibel bouwen;
3° de mate waarin sprake is van demontabel bouwen;
4° de vraag of binnen de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen, voor Nederland sprake is van een nieuwe of vernieuwende aanpak;
5° de vraag of de verwachting bestaat dat de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen algemeen toepasbaar is;
6° de vraag of de verwachting bestaat dat het project, mede als uitvloeisel van de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel en demontabel bouwen, een bijdrage kan leveren aan de oplossing van milieuvraagstukken ten aanzien van het bouwen, in het bijzonder de reductie van het grondstoffenverbruik, de reductie van bouw- en sloopafval door levensduurverlenging en recycling- en hergebruikmogelijkheden;
7° de vraag of het project bijdraagt aan de beheersing van het productieproces, van de productkwaliteit en van de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van bouwwerken;
8° de vraag of er op een andere dan de traditionele wijze wordt samengewerkt bij de realisatie van een bouwwerk, en
9° voorzover de aanvraag tot subsidieverlening een woningbouwproject betreft, de vraag of het project bijdraagt aan een gedifferentieerd aanbod van woningen en aan de aanpasbaarheid van woningen aan veranderde functie- en kwaliteitseisen.
1° de mate waarin sprake is van industrieel bouwen;
2° de mate waarin sprake is van flexibel bouwen;
3° de mate waarin sprake is van demontabel bouwen;
4° de vraag of binnen de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen, voor Nederland sprake is van een nieuwe of vernieuwende aanpak;
5° de vraag of de verwachting bestaat dat de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen algemeen toepasbaar is;
6° de vraag of de verwachting bestaat dat het project, mede als uitvloeisel van de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel en demontabel bouwen, een bijdrage kan leveren aan de oplossing van milieuvraagstukken ten aanzien van het bouwen, in het bijzonder de reductie van het grondstoffenverbruik, de reductie van bouw- en sloopafval door levensduurverlenging en recycling- en hergebruikmogelijkheden;
7° de vraag of het project bijdraagt aan de beheersing van het productieproces, van de productkwaliteit en van de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van bouwwerken;
8° de vraag of er op een andere dan de traditionele wijze wordt samengewerkt bij de realisatie van een bouwwerk, en
9° voorzover de aanvraag tot subsidieverlening een woningbouwproject betreft, de vraag of het project bijdraagt aan een gedifferentieerd aanbod van woningen en aan de aanpasbaarheid van woningen aan veranderde functie- en kwaliteitseisen.
b. voor demonstratieprojecten: 1°. de mate waarin sprake is van industrieel bouwen;
2°. de mate waarin sprake is van flexibel bouwen;
3°. de mate waarin sprake is van demontabel bouwen;
4°. de mate waarin, binnen de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen, voor Nederland sprake is van een nieuwe of vernieuwende aanpak;
5°. de mate waarin de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen algemeen toepasbaar is;
6°. de mate waarin met het project, mede als uitvloeisel van de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel en demontabel bouwen, een bijdrage wordt geleverd aan de oplossing van milieuvraagstukken ten aanzien van het bouwen, in het bijzonder de reductie van het grondstoffenverbruik, de reductie van bouw- en sloopafval door levensduurverlenging en recycling- en hergebruikmogelijkheden;
7°. de mate waarin het project bijdraagt aan de beheersing van het productieproces, van de productkwaliteit en van de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van bouwwerken;
8°. de mate waarin op een andere dan de traditionele wijze wordt samengewerkt bij de realisatie van een bouwwerk, en
9°. voorzover de aanvraag tot subsidieverlening een woningbouwproject betreft, de mate waarin het project bijdraagt aan een gedifferentieerd aanbod van woningen en aan de aanpasbaarheid van woningen aan veranderde functie- en kwaliteitseisen.
1°. de mate waarin sprake is van industrieel bouwen;
2°. de mate waarin sprake is van flexibel bouwen;
3°. de mate waarin sprake is van demontabel bouwen;
4°. de mate waarin, binnen de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen, voor Nederland sprake is van een nieuwe of vernieuwende aanpak;
5°. de mate waarin de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen algemeen toepasbaar is;
6°. de mate waarin met het project, mede als uitvloeisel van de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel en demontabel bouwen, een bijdrage wordt geleverd aan de oplossing van milieuvraagstukken ten aanzien van het bouwen, in het bijzonder de reductie van het grondstoffenverbruik, de reductie van bouw- en sloopafval door levensduurverlenging en recycling- en hergebruikmogelijkheden;
7°. de mate waarin het project bijdraagt aan de beheersing van het productieproces, van de productkwaliteit en van de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van bouwwerken;
8°. de mate waarin op een andere dan de traditionele wijze wordt samengewerkt bij de realisatie van een bouwwerk, en
9°. voorzover de aanvraag tot subsidieverlening een woningbouwproject betreft, de mate waarin het project bijdraagt aan een gedifferentieerd aanbod van woningen en aan de aanpasbaarheid van woningen aan veranderde functie- en kwaliteitseisen.
4. In afwijking van artikel 4is het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten:
a. voor industriële haalbaarheidsprojecten: 50% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan € 25.000,-;
b. voor demonstratieprojecten: 1°. 10% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 250.000,-, en
2°. voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 250.000,-, over het meerdere 5%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan € 250.000,-, en indien door de subsidieaanvrager een aanvraag tot subsidieverlening voor meer dan één project als bedoeld in het tweede lid wordt ingediend, het totale maximale subsidiebedrag dat aan die subsidieaanvrager kan worden verstrekt, niet meer bedraagt dan € 500.000,-.
1°. 10% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 250.000,-, en
2°. voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 250.000,-, over het meerdere 5%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan € 250.000,-, en indien door de subsidieaanvrager een aanvraag tot subsidieverlening voor meer dan één project als bedoeld in het tweede lid wordt ingediend, het totale maximale subsidiebedrag dat aan die subsidieaanvrager kan worden verstrekt, niet meer bedraagt dan € 500.000,-.
5. Artikel 5is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het bepaalde in het vierde lid.
6. Het subsidieplafond voor de kalenderjaren 2003 en 2004 bedraagt in totaal € 2.548.000,-. Van dit bedrag is maximaal € 220.000,- beschikbaar voor industriële haalbaarheidsprojecten.
7. Bij de subsidieverlening worden aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
8. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door natuurlijke personen of rechtspersonen, niet behorende tot de rijksoverheid, die opdracht geven tot industrieel, flexibel of demontabel bouwen.
9. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden gericht aan de minister en ingediend bij de Stichting Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 9 januari 2004.
a. het daaruit samen te stellen bouwwerk flexibel kan worden aangepast aan een veranderde functie van het bouwwerk of aan veranderde eisen van een gebruiker van het bouwwerk, of
b. de bestanddelen gemakkelijk en zonder noemenswaardige schade aan het bouwwerk of aan de bestanddelen daarvan kunnen worden gedemonteerd teneinde te kunnen worden hergebruikt dan wel - indien hergebruik van bestanddelen niet mogelijk is - te kunnen worden gerecycleerd tot grondstoffen die geschikt zijn voor hergebruik.
2. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een industrieel haalbaarheidsproject betreft en voorzover: 1°. de opdrachtgever voornemens is de haalbaarheid te laten onderzoeken voor de realisatie van een nieuw bouwwerk in Nederland, dan wel de renovatie of verbetering van een bestaand bouwwerk, waarbij in elk geval technieken van industrieel en flexibel bouwen of industrieel en demontabel bouwen worden toegepast;
2°. het de haalbaarheid van een naar verwachting toepassingsgerede technologie of methodiek van industrieel, flexibel en demontabel bouwen betreft;
3°. de aanvraag tot subsidieverlening een overzicht verschaft van de aard en de eigenschappen van het bouwwerk waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft en de wijze waarop industrieel, flexibel en demontabel bouwen met betrekking tot het bouwwerk zal plaatsvinden, en
4°. in de aanvraag tot subsidieverlening is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij het industrieel haalbaarheidsproject;
1°. de opdrachtgever voornemens is de haalbaarheid te laten onderzoeken voor de realisatie van een nieuw bouwwerk in Nederland, dan wel de renovatie of verbetering van een bestaand bouwwerk, waarbij in elk geval technieken van industrieel en flexibel bouwen of industrieel en demontabel bouwen worden toegepast;
2°. het de haalbaarheid van een naar verwachting toepassingsgerede technologie of methodiek van industrieel, flexibel en demontabel bouwen betreft;
3°. de aanvraag tot subsidieverlening een overzicht verschaft van de aard en de eigenschappen van het bouwwerk waarop het haalbaarheidsproject betrekking heeft en de wijze waarop industrieel, flexibel en demontabel bouwen met betrekking tot het bouwwerk zal plaatsvinden, en
4°. in de aanvraag tot subsidieverlening is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij het industrieel haalbaarheidsproject;
b. het een demonstratieproject betreft en voorzover: 1°. de opdrachtgever voornemens is in Nederland een nieuw bouwwerk te realiseren dan wel een bestaand bouwwerk te renoveren of te verbeteren, waarbij in elk geval technieken van industrieel en flexibel bouwen of industrieel en demontabel bouwen worden toegepast;
2°. het industrieel, flexibel en demontabel bouwen een toepassingsgerede technologie of methodiek betreft;
3°. de aanvraag tot subsidieverlening een overzicht verschaft van de aard en de eigenschappen van het bouwwerk en de wijze waarop industrieel, flexibel en demontabel bouwen met betrekking tot het bouwwerk zal plaatsvinden;
4°. in de aanvraag tot subsidieverlening is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij de realisatie van het bouwwerk;
5°. met de fysieke realisatie van het bouwwerk nog geen aanvang is gemaakt op het tijdstip waarop de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend.
1°. de opdrachtgever voornemens is in Nederland een nieuw bouwwerk te realiseren dan wel een bestaand bouwwerk te renoveren of te verbeteren, waarbij in elk geval technieken van industrieel en flexibel bouwen of industrieel en demontabel bouwen worden toegepast;
2°. het industrieel, flexibel en demontabel bouwen een toepassingsgerede technologie of methodiek betreft;
3°. de aanvraag tot subsidieverlening een overzicht verschaft van de aard en de eigenschappen van het bouwwerk en de wijze waarop industrieel, flexibel en demontabel bouwen met betrekking tot het bouwwerk zal plaatsvinden;
4°. in de aanvraag tot subsidieverlening is aangegeven welke partijen betrokken zijn bij de realisatie van het bouwwerk;
5°. met de fysieke realisatie van het bouwwerk nog geen aanvang is gemaakt op het tijdstip waarop de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend.
3. Bij de beoordeling van aanvragen tot subsidieverlening worden naast de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aspecten betrokken:
a. voor industriële haalbaarheidsprojecten: 1° de mate waarin sprake is van industrieel bouwen;
2° de mate waarin sprake is van flexibel bouwen;
3° de mate waarin sprake is van demontabel bouwen;
4° de vraag of binnen de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen, voor Nederland sprake is van een nieuwe of vernieuwende aanpak;
5° de vraag of de verwachting bestaat dat de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen algemeen toepasbaar is;
6° de vraag of de verwachting bestaat dat het project, mede als uitvloeisel van de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel en demontabel bouwen, een bijdrage kan leveren aan de oplossing van milieuvraagstukken ten aanzien van het bouwen, in het bijzonder de reductie van het grondstoffenverbruik, de reductie van bouw- en sloopafval door levensduurverlenging en recycling- en hergebruikmogelijkheden;
7° de vraag of het project bijdraagt aan de beheersing van het productieproces, van de productkwaliteit en van de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van bouwwerken;
8° de vraag of er op een andere dan de traditionele wijze wordt samengewerkt bij de realisatie van een bouwwerk, en
9° voorzover de aanvraag tot subsidieverlening een woningbouwproject betreft, de vraag of het project bijdraagt aan een gedifferentieerd aanbod van woningen en aan de aanpasbaarheid van woningen aan veranderde functie- en kwaliteitseisen.
1° de mate waarin sprake is van industrieel bouwen;
2° de mate waarin sprake is van flexibel bouwen;
3° de mate waarin sprake is van demontabel bouwen;
4° de vraag of binnen de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen, voor Nederland sprake is van een nieuwe of vernieuwende aanpak;
5° de vraag of de verwachting bestaat dat de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen algemeen toepasbaar is;
6° de vraag of de verwachting bestaat dat het project, mede als uitvloeisel van de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel en demontabel bouwen, een bijdrage kan leveren aan de oplossing van milieuvraagstukken ten aanzien van het bouwen, in het bijzonder de reductie van het grondstoffenverbruik, de reductie van bouw- en sloopafval door levensduurverlenging en recycling- en hergebruikmogelijkheden;
7° de vraag of het project bijdraagt aan de beheersing van het productieproces, van de productkwaliteit en van de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van bouwwerken;
8° de vraag of er op een andere dan de traditionele wijze wordt samengewerkt bij de realisatie van een bouwwerk, en
9° voorzover de aanvraag tot subsidieverlening een woningbouwproject betreft, de vraag of het project bijdraagt aan een gedifferentieerd aanbod van woningen en aan de aanpasbaarheid van woningen aan veranderde functie- en kwaliteitseisen.
b. voor demonstratieprojecten: 1°. de mate waarin sprake is van industrieel bouwen;
2°. de mate waarin sprake is van flexibel bouwen;
3°. de mate waarin sprake is van demontabel bouwen;
4°. de mate waarin, binnen de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen, voor Nederland sprake is van een nieuwe of vernieuwende aanpak;
5°. de mate waarin de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen algemeen toepasbaar is;
6°. de mate waarin met het project, mede als uitvloeisel van de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel en demontabel bouwen, een bijdrage wordt geleverd aan de oplossing van milieuvraagstukken ten aanzien van het bouwen, in het bijzonder de reductie van het grondstoffenverbruik, de reductie van bouw- en sloopafval door levensduurverlenging en recycling- en hergebruikmogelijkheden;
7°. de mate waarin het project bijdraagt aan de beheersing van het productieproces, van de productkwaliteit en van de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van bouwwerken;
8°. de mate waarin op een andere dan de traditionele wijze wordt samengewerkt bij de realisatie van een bouwwerk, en
9°. voorzover de aanvraag tot subsidieverlening een woningbouwproject betreft, de mate waarin het project bijdraagt aan een gedifferentieerd aanbod van woningen en aan de aanpasbaarheid van woningen aan veranderde functie- en kwaliteitseisen.
1°. de mate waarin sprake is van industrieel bouwen;
2°. de mate waarin sprake is van flexibel bouwen;
3°. de mate waarin sprake is van demontabel bouwen;
4°. de mate waarin, binnen de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen, voor Nederland sprake is van een nieuwe of vernieuwende aanpak;
5°. de mate waarin de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel of demontabel bouwen algemeen toepasbaar is;
6°. de mate waarin met het project, mede als uitvloeisel van de toe te passen technologie of methodiek ten aanzien van industrieel, flexibel en demontabel bouwen, een bijdrage wordt geleverd aan de oplossing van milieuvraagstukken ten aanzien van het bouwen, in het bijzonder de reductie van het grondstoffenverbruik, de reductie van bouw- en sloopafval door levensduurverlenging en recycling- en hergebruikmogelijkheden;
7°. de mate waarin het project bijdraagt aan de beheersing van het productieproces, van de productkwaliteit en van de verhouding tussen de prijs en de kwaliteit van bouwwerken;
8°. de mate waarin op een andere dan de traditionele wijze wordt samengewerkt bij de realisatie van een bouwwerk, en
9°. voorzover de aanvraag tot subsidieverlening een woningbouwproject betreft, de mate waarin het project bijdraagt aan een gedifferentieerd aanbod van woningen en aan de aanpasbaarheid van woningen aan veranderde functie- en kwaliteitseisen.
4. In afwijking van artikel 4is het maximale subsidiepercentage van de subsidiabele kosten:
a. voor industriële haalbaarheidsprojecten: 50% van de subsidiabele kosten, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan € 25.000,-;
b. voor demonstratieprojecten: 1°. 10% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 250.000,-, en
2°. voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 250.000,-, over het meerdere 5%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan € 250.000,-, en indien door de subsidieaanvrager een aanvraag tot subsidieverlening voor meer dan één project als bedoeld in het tweede lid wordt ingediend, het totale maximale subsidiebedrag dat aan die subsidieaanvrager kan worden verstrekt, niet meer bedraagt dan € 500.000,-.
1°. 10% voorzover de subsidiabele kosten niet meer bedragen dan € 250.000,-, en
2°. voorzover de subsidiabele kosten meer bedragen dan € 250.000,-, over het meerdere 5%, met dien verstande dat het maximale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan € 250.000,-, en indien door de subsidieaanvrager een aanvraag tot subsidieverlening voor meer dan één project als bedoeld in het tweede lid wordt ingediend, het totale maximale subsidiebedrag dat aan die subsidieaanvrager kan worden verstrekt, niet meer bedraagt dan € 500.000,-.
5. Artikel 5is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het bepaalde in het vierde lid.
6. Het subsidieplafond voor de kalenderjaren 2003 en 2004 bedraagt in totaal € 2.548.000,-. Van dit bedrag is maximaal € 220.000,- beschikbaar voor industriële haalbaarheidsprojecten.
7. Bij de subsidieverlening worden aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten gelijktijdig beoordeeld op basis van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van het subsidieprogramma.
8. Een aanvraag tot subsidieverlening kan worden ingediend door natuurlijke personen of rechtspersonen, niet behorende tot de rijksoverheid, die opdracht geven tot industrieel, flexibel of demontabel bouwen.
9. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden gericht aan de minister en ingediend bij de Stichting Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend voor 9 januari 2004.