BWBR0014608
Geldig vanaf 2003-07-10
Artikel 11
Subsidieregeling milieugerichte technologie 2003
1. In deze paragraaf wordt verstaan onder:
2. Het Subsidieprogramma klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers 2003 heeft tot doel het bevorderen van het ontwerpen van ketens, alsmede het tot stand brengen van formele allianties voor de productie en algemene toepassing van klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft waarbij: 1º een blauwdruk voor demonstratie van de keten wordt ontworpen;
2º eventuele, bij het ketenontwerp geconstateerde technische of organisatorische knelpunten worden opgelost, en de planning erop is gericht dat het project voor 1 juni 2004 is afgerond, of
1º een blauwdruk voor demonstratie van de keten wordt ontworpen;
2º eventuele, bij het ketenontwerp geconstateerde technische of organisatorische knelpunten worden opgelost, en de planning erop is gericht dat het project voor 1 juni 2004 is afgerond, of
b. het een demonstratieproject betreft, waarbij: 1º voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een blauwdruk voor demonstratie van de keten is opgesteld, en
2º demonstratie van de gehele keten plaatsvindt vanaf de productie van de grondstof tot en met de levering van de energiedrager aan de eindgebruiker.
1º voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een blauwdruk voor demonstratie van de keten is opgesteld, en
2º demonstratie van de gehele keten plaatsvindt vanaf de productie van de grondstof tot en met de levering van de energiedrager aan de eindgebruiker.
4. Een project als bedoeld in het derde lid komt voorts alleen voor subsidie in aanmerking indien:
1º voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een formele alliantie is gevormd, en
2º de aanvraag tot subsidieverlening mede is ingediend door een partij die de mogelijkheid en de capaciteit heeft om de techniek grootschalig op de markt te introduceren.
5. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
6. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
7. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2003 bedraagt € 5.800.000,-, waarvan ten hoogste € 800.000,- beschikbaar is voor preconcurrentiële ontwikkelingsprojecten.
8. Bij de subsidieverlening wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening geldt.
9. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend door de deelnemers aan een formele alliantie die voor eigen rekening aan de uitvoering van het project deelnemen.
10. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening voor een preconcurrentieel ontwikkelingsproject worden ingediend voor 15 mei 2003 en voor een demonstratieproject voor 21 augustus 2003.
2. Het Subsidieprogramma klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers 2003 heeft tot doel het bevorderen van het ontwerpen van ketens, alsmede het tot stand brengen van formele allianties voor de productie en algemene toepassing van klimaatneutrale gasvormige en vloeibare energiedragers.
3. Een project komt voor subsidie in aanmerking indien:
a. het een preconcurrentieel ontwikkelingsproject betreft waarbij: 1º een blauwdruk voor demonstratie van de keten wordt ontworpen;
2º eventuele, bij het ketenontwerp geconstateerde technische of organisatorische knelpunten worden opgelost, en de planning erop is gericht dat het project voor 1 juni 2004 is afgerond, of
1º een blauwdruk voor demonstratie van de keten wordt ontworpen;
2º eventuele, bij het ketenontwerp geconstateerde technische of organisatorische knelpunten worden opgelost, en de planning erop is gericht dat het project voor 1 juni 2004 is afgerond, of
b. het een demonstratieproject betreft, waarbij: 1º voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een blauwdruk voor demonstratie van de keten is opgesteld, en
2º demonstratie van de gehele keten plaatsvindt vanaf de productie van de grondstof tot en met de levering van de energiedrager aan de eindgebruiker.
1º voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een blauwdruk voor demonstratie van de keten is opgesteld, en
2º demonstratie van de gehele keten plaatsvindt vanaf de productie van de grondstof tot en met de levering van de energiedrager aan de eindgebruiker.
4. Een project als bedoeld in het derde lid komt voorts alleen voor subsidie in aanmerking indien:
1º voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening een formele alliantie is gevormd, en
2º de aanvraag tot subsidieverlening mede is ingediend door een partij die de mogelijkheid en de capaciteit heeft om de techniek grootschalig op de markt te introduceren.
5. In afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdelen a, onder 2°, en b, kunnen de berekening van het uurloon en de vaststelling van het opslagpercentage voor algemene kosten met inbegrip van indirecte loonkosten en kosten van toezichthoudend personeel geschieden overeenkomstig een voor de gehele organisatie van de subsidieaanvrager geldende en controleerbare methodiek.
6. Kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag tot subsidieverlening worden niet tot de subsidiabele kosten gerekend.
7. Het subsidieplafond voor het kalenderjaar 2003 bedraagt € 5.800.000,-, waarvan ten hoogste € 800.000,- beschikbaar is voor preconcurrentiële ontwikkelingsprojecten.
8. Bij de subsidieverlening wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, als datum van ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening geldt.
9. Aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend door de deelnemers aan een formele alliantie die voor eigen rekening aan de uitvoering van het project deelnemen.
10. Aanvragen tot subsidieverlening en tot subsidievaststelling worden ingediend bij de Novem, met gebruikmaking van een aldaar verkrijgbaar formulier. Aanvragen tot subsidieverlening voor een preconcurrentieel ontwikkelingsproject worden ingediend voor 15 mei 2003 en voor een demonstratieproject voor 21 augustus 2003.