BWBR0013796
Geldig vanaf 01-07-2002
Artikel 28
Uitvoeringswet Internationaal Strafhof
1. Indien de opgeëiste persoon niet bij de voorlezing van de uitspraak van de rechtbank aanwezig is, wordt de uitspraak aan hem betekend.
2. De rechtbank zendt aan Onze Minister onverwijld een gewaarmerkt afschrift van haar uitspraak toe. Indien de overlevering toelaatbaar is verklaard, doet zij het afschrift vergezeld gaan van haar advies omtrent het aan het verzoek tot overlevering te geven gevolg. Een afschrift van het advies wordt door de griffier aan de opgeëiste persoon en diens raadsman ter hand gesteld of toegezonden.
3. De griffier zendt het verzoek tot overlevering met de daarbij behorende stukken terug aan Onze Minister.
2. De rechtbank zendt aan Onze Minister onverwijld een gewaarmerkt afschrift van haar uitspraak toe. Indien de overlevering toelaatbaar is verklaard, doet zij het afschrift vergezeld gaan van haar advies omtrent het aan het verzoek tot overlevering te geven gevolg. Een afschrift van het advies wordt door de griffier aan de opgeëiste persoon en diens raadsman ter hand gesteld of toegezonden.
3. De griffier zendt het verzoek tot overlevering met de daarbij behorende stukken terug aan Onze Minister.
- Citeren als
- Art. 28
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013796
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl