BWBR0013796
Geldig vanaf 01-07-2002
Artikel 23
Uitvoeringswet Internationaal Strafhof
1. Het verhoor van de opgeëiste persoon geschiedt in het openbaar, tenzij deze een behandeling van de zaak met gesloten deuren verlangt of de rechtbank op de vordering van de officier van justitie of ambtshalve om gewichtige, in het proces-verbaal der zitting te vermelden redenen sluiting der deuren beveelt.
2. Het verhoor heeft plaats in tegenwoordigheid van de officier van justitie.
3. Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.
4. Is de opgeëiste persoon niet verschenen en acht de rechtbank zijn aanwezigheid bij het verhoor wenselijk, dan gelast de rechtbank tegen een door haar te bepalen tijdstip zijn dagvaarding, zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging.
2. Het verhoor heeft plaats in tegenwoordigheid van de officier van justitie.
3. Bij zijn verhoor kan de opgeëiste persoon zich door zijn raadsman doen bijstaan.
4. Is de opgeëiste persoon niet verschenen en acht de rechtbank zijn aanwezigheid bij het verhoor wenselijk, dan gelast de rechtbank tegen een door haar te bepalen tijdstip zijn dagvaarding, zo nodig onder bijvoeging van een bevel tot medebrenging.
- Citeren als
- Art. 23
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013796
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl