BWBR0012790
Geldig vanaf 2002-03-29
Artikel 76
Besluit zeevisvaartbemanning
1. Aan boord van een vissersvaartuig is op elke zeewacht naast de chef van de wacht tenminste een gezel aan dek op wacht die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en tenminste zes maanden diensttijd aan boord van schepen heeft behaald. Gedurende de tijd dat de automatische stuurinrichting in bedrijf is kan worden volstaan met uitsluitend de chef van de wacht.
2. De eerste lid bedoelde chef van de wacht is in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart, plaatsvervangend schipper zeevisvaart, stuurman-werktuigkundige zeevisvaart dan wel stuurman zeevisvaart.
2. De eerste lid bedoelde chef van de wacht is in het bezit van een vaarbevoegdheidsbewijs als schipper zeevisvaart, plaatsvervangend schipper zeevisvaart, stuurman-werktuigkundige zeevisvaart dan wel stuurman zeevisvaart.