BWBR0012790
Geldig vanaf 2002-03-29
Artikel 34
Besluit zeevisvaartbemanning
1. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman-werktuigkundige zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6, dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een leeftijd van 18 jaar.
2. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman-werktuigkundige zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, op reizen in onbeperkt vaargebied, is tenminste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW5, dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een diensttijd van 12 maanden.
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 6, dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW VI;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een leeftijd van 18 jaar.
2. Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als stuurman-werktuigkundige zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van 24 meter of meer en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, op reizen in onbeperkt vaargebied, is tenminste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW5, dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V;
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie;
c. het certificaat radarwaarnemer, en
d. een diensttijd van 12 maanden.