BWBR0012790
Geldig vanaf 2002-03-29
Artikel 48
Besluit zeevisvaartbemanning
Voor het verkrijgen van het diploma als scheepskok heeft de aanvrager:
1. met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die tenminste de volgende aspecten bevat: a. het bereiden van maaltijden;
b. het bakken van brood;
c. het behandelen van vlees
d. de kennis van de voedingswaarden van voedingsmiddelen;
e. het opstellen van goed samengestelde en gevarieerde menu's;
f. behandelen en opbergen van levensmiddelen;
g. kennis van hygiëne met betrekking tot de kombuis;
h. kennis van proviand administratie;
i kennis van buitenlandse maten en gewichten; en
a. het bereiden van maaltijden;
b. het bakken van brood;
c. het behandelen van vlees
d. de kennis van de voedingswaarden van voedingsmiddelen;
e. het opstellen van goed samengestelde en gevarieerde menu's;
f. behandelen en opbergen van levensmiddelen;
g. kennis van hygiëne met betrekking tot de kombuis;
h. kennis van proviand administratie;
i kennis van buitenlandse maten en gewichten; en
2. een diensttijd behaald van ten minste 6 maanden in de kombuis van een zeeschip, waar de kok bij diens werkzaamheden werd bijgestaan.
3. in afwijking van het eerste en tweede lid kan het Hoofd van de Scheepvaart-inspectie een diploma als scheepskok afgeven aan een aanvrager die aantoont dat hij op 1 augustus 1986 als scheepskok voer of als zodanig bij een rederij in dienst was en gedurende de daaraan voorafgaande periode een dienstverband van tenminste drie jaren als scheepskok heeft gehad met een Nederlandse zeewerkgever, en op die datum 23 jaar of ouder was.
1. met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding en training afgerond die tenminste de volgende aspecten bevat: a. het bereiden van maaltijden;
b. het bakken van brood;
c. het behandelen van vlees
d. de kennis van de voedingswaarden van voedingsmiddelen;
e. het opstellen van goed samengestelde en gevarieerde menu's;
f. behandelen en opbergen van levensmiddelen;
g. kennis van hygiëne met betrekking tot de kombuis;
h. kennis van proviand administratie;
i kennis van buitenlandse maten en gewichten; en
a. het bereiden van maaltijden;
b. het bakken van brood;
c. het behandelen van vlees
d. de kennis van de voedingswaarden van voedingsmiddelen;
e. het opstellen van goed samengestelde en gevarieerde menu's;
f. behandelen en opbergen van levensmiddelen;
g. kennis van hygiëne met betrekking tot de kombuis;
h. kennis van proviand administratie;
i kennis van buitenlandse maten en gewichten; en
2. een diensttijd behaald van ten minste 6 maanden in de kombuis van een zeeschip, waar de kok bij diens werkzaamheden werd bijgestaan.
3. in afwijking van het eerste en tweede lid kan het Hoofd van de Scheepvaart-inspectie een diploma als scheepskok afgeven aan een aanvrager die aantoont dat hij op 1 augustus 1986 als scheepskok voer of als zodanig bij een rederij in dienst was en gedurende de daaraan voorafgaande periode een dienstverband van tenminste drie jaren als scheepskok heeft gehad met een Nederlandse zeewerkgever, en op die datum 23 jaar of ouder was.