BWBR0012790
Geldig vanaf 2002-03-29
Artikel 57
Besluit zeevisvaartbemanning
1. Onverminderd artikel 53, tweede lid, kan in de volgende gevallen een voorlopig monsterboekje worden afgegeven:
a. indien de aanvrager niet tijdig in Nederland een monsterboekje kan aanvragen;
b. op verzoek van de zeevarende die aantoont het monsterboekje niet langer dan drie maanden nodig te hebben voor zijn werkzaamheden aan boord; of
c. indien naar het oordeel van Onze Minister niet zeker is dat de aanvrager een arbeidsovereenkomst met de scheepsbeheerder of de zeewerkgever zal kunnen sluiten dan wel een schriftelijke maatschapsovereenkomst in het kader van de zeevisserij zal aangaan.
2. In het geval, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door de schipper.
3. In de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door Onze Minister.
a. indien de aanvrager niet tijdig in Nederland een monsterboekje kan aanvragen;
b. op verzoek van de zeevarende die aantoont het monsterboekje niet langer dan drie maanden nodig te hebben voor zijn werkzaamheden aan boord; of
c. indien naar het oordeel van Onze Minister niet zeker is dat de aanvrager een arbeidsovereenkomst met de scheepsbeheerder of de zeewerkgever zal kunnen sluiten dan wel een schriftelijke maatschapsovereenkomst in het kader van de zeevisserij zal aangaan.
2. In het geval, genoemd in het eerste lid, onderdeel a, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door de schipper.
3. In de gevallen, genoemd in het eerste lid, onderdelen b en c, wordt het monsterboekje ingevuld en afgegeven door Onze Minister.