BWBR0012790
Geldig vanaf 2002-03-29
Artikel 53
Besluit zeevisvaartbemanning
1. Onze Minister geeft een monsterboekje af aan degene die bij de aanvraag voldoet aan het bepaalde in het tweede lid.
2. Voor de afgifte van een monsterboekje komt uitsluitend in aanmerking:
a. degene die aantoont dat met een scheepsbeheerder of zeewerkgever een arbeidsovereenkomst voor de vaart ter zee is aangegaan of zal worden aangegaan dan wel degene die een schriftelijke maatschapsovereenkomst in het kader van de zeevisserij heeft aangegaan of zal aangaan;
b. degene die aantoont een opleiding te volgen voor een beroep waarvoor een vaarbevoegdheidsbewijs vereist is;
c. degene die behoort tot een andere, door Onze Minister aan te wijzen categorie personen, of
d. degene die het monsterboekje naar het oordeel van Onze Minister ten behoeve van zijn beroepsuitoefening nodig heeft.
2. Voor de afgifte van een monsterboekje komt uitsluitend in aanmerking:
a. degene die aantoont dat met een scheepsbeheerder of zeewerkgever een arbeidsovereenkomst voor de vaart ter zee is aangegaan of zal worden aangegaan dan wel degene die een schriftelijke maatschapsovereenkomst in het kader van de zeevisserij heeft aangegaan of zal aangaan;
b. degene die aantoont een opleiding te volgen voor een beroep waarvoor een vaarbevoegdheidsbewijs vereist is;
c. degene die behoort tot een andere, door Onze Minister aan te wijzen categorie personen, of
d. degene die het monsterboekje naar het oordeel van Onze Minister ten behoeve van zijn beroepsuitoefening nodig heeft.