BWBR0012790
Geldig vanaf 2002-03-29
Artikel 31
Besluit zeevisvaartbemanning
Voor de afgifte van een vaarbevoegdheidsbewijs als plaatsvervangend schipper zeevisvaart aan boord van vissersvaartuigen met een lengte van minder dan 60 meter, met een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW, op reizen in onbeperkt vaargebied, is ten minste vereist:
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V,
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat radarwaarnemer; en
d. een diensttijd van 12 maanden.
a. het kennisbewijs stuurman-werktuigkundige voor de zeevisvaart SW 5 dan wel het diploma voor de zeevisvaart SW V,
b. het algemeen certificaat maritieme radiocommunicatie,
c. het certificaat radarwaarnemer; en
d. een diensttijd van 12 maanden.