BWBR0012651
Geldig vanaf 2005-05-01
Artikel 9
Besluit luchtvaartuigen
1. Onze Minister wijzigt op aanvraag van de houder het type-certificaat, zijnde een niet-JAA-persoon in verband met een ingrijpende wijziging van het type-ontwerp, indien:
a. is voldaan aan artikel 6, eerste lid, onder a en b,
b. de bevoegde autoriteit van de staat van uitvoer met deze wijziging heeft ingestemd,
c. Onze Minister op grond van de in artikel 6, eerste lid, onder b, bedoelde gezamenlijke procedures constateert dat het gewijzigde product aan de van toepassing zijnde eisen voldoet, of indien niet aan alle veiligheidseisen is voldaan, het veiligheidsniveau op andere wijze is gegarandeerd, en
d.het product geen eigenschappen heeft waardoor het voor het gebruik waarvoor certificatie is aangevraagd, onveilig is.
2. Onze Minister wijzigt op aanvraag van de houder het type-certificaat dat is afgegeven door een autoriteit van een niet-JAA-land in verband met een geringe wijziging van het type-ontwerp, indien Onze Minister op grond van de in artikel 6, eerste lid, onder b, bedoelde gezamenlijke procedures constateert dat het gewijzigde product aan de van toepassing zijnde eisen voldoet.
3. Artikel 8, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
a. is voldaan aan artikel 6, eerste lid, onder a en b,
b. de bevoegde autoriteit van de staat van uitvoer met deze wijziging heeft ingestemd,
c. Onze Minister op grond van de in artikel 6, eerste lid, onder b, bedoelde gezamenlijke procedures constateert dat het gewijzigde product aan de van toepassing zijnde eisen voldoet, of indien niet aan alle veiligheidseisen is voldaan, het veiligheidsniveau op andere wijze is gegarandeerd, en
d.het product geen eigenschappen heeft waardoor het voor het gebruik waarvoor certificatie is aangevraagd, onveilig is.
2. Onze Minister wijzigt op aanvraag van de houder het type-certificaat dat is afgegeven door een autoriteit van een niet-JAA-land in verband met een geringe wijziging van het type-ontwerp, indien Onze Minister op grond van de in artikel 6, eerste lid, onder b, bedoelde gezamenlijke procedures constateert dat het gewijzigde product aan de van toepassing zijnde eisen voldoet.
3. Artikel 8, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.