BWBR0012651
Geldig vanaf 2005-05-01
Artikel 7
Besluit luchtvaartuigen
1. De houder van een type-certificaat, zijnde een JAA-persoon, is bevoegd tot overdracht van het type-certificaat aan een houder van een daarvoor door Onze Minister goedgekeurde DOA-JA.
2. De houder van een type-certificaat, zijnde een JAA-persoon, is verplicht:
a. tot hetgeen JAR 21.3 voorschrijft,
b. het type-certificaat op verzoek aan de minister ter beschikking stellen,
c. alle ontwerp-informatie, tekeningen, test- en inspectierapporten ter beschikking te houden van de minister;
d. kopieën van handboeken op verzoek aan de minister ter beschikking te stellen,
e. met de fabrikant het ontwerp en de productie op elkaar af te stemmen en de voortdurende luchtwaardigheid van het product te waarborgen, en
f. de instructies over voortdurende luchtwaardigheid aan de houders van het betreffende luchtvaartuig ter beschikking te stellen en op verzoek aan andere personen, die gehouden zijn deze instructies na te leven.
3. De houder van een type-certificaat, zijnde een niet-JAA-persoon, is verplicht te voldoen aan de onderdelen b tot en met f van het tweede lid.
4. De houder van een type-certificaat, zijnde een niet-JAA-persoon, is bevoegd tot overdracht van het type-certificaat aan een niet-JAA-persoon:
a. die bereid is de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, op zich te nemen;
b. ten aanzien van wie Onze minister op grond van de in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, bedoelde gezamenlijke procedures constateert dat hij aan de verplichtingen kan voldoen.
2. De houder van een type-certificaat, zijnde een JAA-persoon, is verplicht:
a. tot hetgeen JAR 21.3 voorschrijft,
b. het type-certificaat op verzoek aan de minister ter beschikking stellen,
c. alle ontwerp-informatie, tekeningen, test- en inspectierapporten ter beschikking te houden van de minister;
d. kopieën van handboeken op verzoek aan de minister ter beschikking te stellen,
e. met de fabrikant het ontwerp en de productie op elkaar af te stemmen en de voortdurende luchtwaardigheid van het product te waarborgen, en
f. de instructies over voortdurende luchtwaardigheid aan de houders van het betreffende luchtvaartuig ter beschikking te stellen en op verzoek aan andere personen, die gehouden zijn deze instructies na te leven.
3. De houder van een type-certificaat, zijnde een niet-JAA-persoon, is verplicht te voldoen aan de onderdelen b tot en met f van het tweede lid.
4. De houder van een type-certificaat, zijnde een niet-JAA-persoon, is bevoegd tot overdracht van het type-certificaat aan een niet-JAA-persoon:
a. die bereid is de verplichtingen, bedoeld in het tweede lid, op zich te nemen;
b. ten aanzien van wie Onze minister op grond van de in artikel 6, eerste lid, onderdeel b, bedoelde gezamenlijke procedures constateert dat hij aan de verplichtingen kan voldoen.