BWBR0012651
Geldig vanaf 2005-05-01
Artikel 15
Besluit luchtvaartuigen
1. Onze Minister kan de volgende bewijzen van luchtwaardigheid afgeven:
a. het standaard-BvL,
b. het speciaal-BvL, of
c. het export-BvL
2. Het bewijs, bedoeld in het eerste lid, onder a, is geldig voor het internationaal uitvoeren van vluchten.
3. Het bewijs, bedoeld in het eerste lid, onder b, is slechts geldig voor het uitvoeren van vluchten binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam.
4. Het bewijs, bedoeld in het eerste lid, onder c houdt, in combinatie met een bewijs als bedoeld in het eerste lid, onder a, een toestemming in tot het uitvoeren van vluchten.
5. De aan het bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in het eerste lid onder a of b verbonden voorschriften of beperkingen, worden neergelegd in een bijlage bij het bewijs van luchtwaardigheid.
a. het standaard-BvL,
b. het speciaal-BvL, of
c. het export-BvL
2. Het bewijs, bedoeld in het eerste lid, onder a, is geldig voor het internationaal uitvoeren van vluchten.
3. Het bewijs, bedoeld in het eerste lid, onder b, is slechts geldig voor het uitvoeren van vluchten binnen het vluchtinformatiegebied Amsterdam.
4. Het bewijs, bedoeld in het eerste lid, onder c houdt, in combinatie met een bewijs als bedoeld in het eerste lid, onder a, een toestemming in tot het uitvoeren van vluchten.
5. De aan het bewijs van luchtwaardigheid als bedoeld in het eerste lid onder a of b verbonden voorschriften of beperkingen, worden neergelegd in een bijlage bij het bewijs van luchtwaardigheid.