BWBR0012651
Geldig vanaf 2005-05-01
Artikel 30
Besluit luchtvaartuigen
1. Onze Minister verleent op aanvraag van een JAA-persoon een MOA, indien:
a. de aanvrager een organisatie met inbegrip van een kwaliteitssysteem heeft dat waarborgt dat ieder onderhouden product of onderdeel ten aanzien van het uitgevoerde onderhoud aan de van toepassing zijnde eisen voldoet en geschikt is voor veilig gebruik, en
b. de aanvrager een handboek heeft waarin de organisatie wordt omschreven.
2. Onze Minister verleent op aanvraag van een niet-JAA-persoon een MOA, indien:
a. de aanvrager voldoet aan het eerste lid,
b. de aanvrager heeft aangetoond dat er een noodzaak is om in een niet-JAA-land producten of onderdelen te onderhouden door de houder van een MOA, en
c. de aanvraag wordt ondersteund door de JAA.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het in het eerste en tweede lid bepaalde.
4. Een MOA geldt voor de in de erkenning genoemde werkzaamheden, producten dan wel categorieën onderdelen, waarvoor de houder de in artikel 31, eerste lid, bedoelde bevoegdheden heeft.
5. Artikel 5, derde lid, is van toepassing.
6. Bij ministeriële regeling kan een van de eisen, bedoeld in het eerste lid, worden uitgezonderd en kunnen aanvullende eisen worden gesteld om een gelijkwaardig veiligheidsniveau te garanderen.
a. de aanvrager een organisatie met inbegrip van een kwaliteitssysteem heeft dat waarborgt dat ieder onderhouden product of onderdeel ten aanzien van het uitgevoerde onderhoud aan de van toepassing zijnde eisen voldoet en geschikt is voor veilig gebruik, en
b. de aanvrager een handboek heeft waarin de organisatie wordt omschreven.
2. Onze Minister verleent op aanvraag van een niet-JAA-persoon een MOA, indien:
a. de aanvrager voldoet aan het eerste lid,
b. de aanvrager heeft aangetoond dat er een noodzaak is om in een niet-JAA-land producten of onderdelen te onderhouden door de houder van een MOA, en
c. de aanvraag wordt ondersteund door de JAA.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent het in het eerste en tweede lid bepaalde.
4. Een MOA geldt voor de in de erkenning genoemde werkzaamheden, producten dan wel categorieën onderdelen, waarvoor de houder de in artikel 31, eerste lid, bedoelde bevoegdheden heeft.
5. Artikel 5, derde lid, is van toepassing.
6. Bij ministeriële regeling kan een van de eisen, bedoeld in het eerste lid, worden uitgezonderd en kunnen aanvullende eisen worden gesteld om een gelijkwaardig veiligheidsniveau te garanderen.