BWBR0012467
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 9
Uniform Aanbestedingsreglement 2001
1. Een ieder die jegens de aanbesteder blijk heeft gegeven voornemens te zijn op het werk in te schrijven of bij dit werk belang te hebben, is gerechtigd tot het stellen van mondelinge en schriftelijke vragen.
2. Voorzover de door de aanbesteder verstrekte inlichtingen strekken ter aanvulling of wijziging van het bestek dan wel de kosten, de duur of de wijze van de uitvoering van het werk kunnen beïnvloeden, wordt van die inlichtingen alsmede van de daaraan ten grondslag liggende mondelinge en schriftelijke vragen, gesteld door degenen als bedoeld in het eerste lid, door of namens de aanbesteder een nota van inlichtingen opgemaakt.
3. Van een gehouden aanwijzing ter plaatse wordt door of namens de aanbesteder een proces-verbaal van aanwijzing opgemaakt.
4. De nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing worden door of namens de aanbesteder ondertekend en liggen ter inzage gedurende ten minste zeven dagen voorafgaand aan de dag van aanbesteding op de aangegeven plaats of plaatsen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel j.
5. Een ieder die voornemens is op het werk in te schrijven, is gerechtigd de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing te waarmerken.
6. Door of namens de aanbesteder wordt aan een ieder die jegens de aanbesteder blijk heeft gegeven voornemens te zijn op het werk in te schrijven of bij dit werk belang te hebben, een afschrift van de nota van inlichtingen en van het proces-verbaal van aanwijzing verstrekt.
7. Alle verstrekte inlichtingen of gegeven aanwijzingen als bedoeld in dit artikel zijn, voorzover die inlichtingen of aanwijzingen zijn opgenomen in de nota van inlichtingen of in het proces-verbaal van aanwijzing, voor elke inschrijver bindend.
2. Voorzover de door de aanbesteder verstrekte inlichtingen strekken ter aanvulling of wijziging van het bestek dan wel de kosten, de duur of de wijze van de uitvoering van het werk kunnen beïnvloeden, wordt van die inlichtingen alsmede van de daaraan ten grondslag liggende mondelinge en schriftelijke vragen, gesteld door degenen als bedoeld in het eerste lid, door of namens de aanbesteder een nota van inlichtingen opgemaakt.
3. Van een gehouden aanwijzing ter plaatse wordt door of namens de aanbesteder een proces-verbaal van aanwijzing opgemaakt.
4. De nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing worden door of namens de aanbesteder ondertekend en liggen ter inzage gedurende ten minste zeven dagen voorafgaand aan de dag van aanbesteding op de aangegeven plaats of plaatsen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel j.
5. Een ieder die voornemens is op het werk in te schrijven, is gerechtigd de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing te waarmerken.
6. Door of namens de aanbesteder wordt aan een ieder die jegens de aanbesteder blijk heeft gegeven voornemens te zijn op het werk in te schrijven of bij dit werk belang te hebben, een afschrift van de nota van inlichtingen en van het proces-verbaal van aanwijzing verstrekt.
7. Alle verstrekte inlichtingen of gegeven aanwijzingen als bedoeld in dit artikel zijn, voorzover die inlichtingen of aanwijzingen zijn opgenomen in de nota van inlichtingen of in het proces-verbaal van aanwijzing, voor elke inschrijver bindend.