BWBR0012467
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 44
Uniform Aanbestedingsreglement 2001
1. Een geschil tussen de bij de aanbesteding betrokkenen - daaronder een geschil dat slechts door een van de betrokkenen als zodanig wordt beschouwd -, dat ontstaat naar aanleiding van een aanbesteding waarop deze regeling van toepassing is, wordt beslecht door arbitrage overeenkomstig de regelen, bedoeld in de statuten van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland, zoals deze drie maanden voor de dag van de algemene bekendmaking van de aanbesteding of van de uitnodiging tot inschrijving luidden.
2. Onder betrokkenen als bedoeld in het eerste lid wordt tevens verstaan een vereniging van aannemers met volledige rechtsbevoegdheid, die zich tot doel stelt zowel de collectieve als de individuele belangen van haar leden te behartigen.
3. Degene die een geschil als bedoeld in het eerste lid later dan drie maanden na de datum van de opdracht, bedoeld in artikel 25, derde lid, aanhangig maakt, is niet ontvankelijk in hetgeen hij vordert, tenzij het geschil voortvloeit uit een omstandigheid welke eerst na het verloop van die termijn is gebleken. In dit laatste geval gaat de termijn van drie maanden in op de dag dat de desbetreffende omstandigheid is gebleken.
4. Indien bij een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk vonnis een uitspraak van het scheidsgerecht geheel of gedeeltelijk nietig wordt verklaard, heeft ieder van de partijen het recht het geschil, voorzover het dientengevolge onbeslist is gebleven, opnieuw overeenkomstig dit artikel te doen beslechten. De vordering is niet ontvankelijk indien de vordering bij de Raad, bedoeld in het eerste lid, aanhangig wordt gemaakt later dan drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak. Degene die als scheidsman of secretaris aan de nietig verklaarde beslissing heeft medegewerkt, is niet gerechtigd aan de behandeling van laatstbedoelde vordering medewerking te verlenen.
5. Indien het overeenkomstig het eerste lid benoemde scheidsgerecht bestaat uit drie arbiters, maakt een buitengewoon lid van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland hiervan deel uit. Het buitengewoon lid treedt op als voorzitter van het scheidsgerecht.
2. Onder betrokkenen als bedoeld in het eerste lid wordt tevens verstaan een vereniging van aannemers met volledige rechtsbevoegdheid, die zich tot doel stelt zowel de collectieve als de individuele belangen van haar leden te behartigen.
3. Degene die een geschil als bedoeld in het eerste lid later dan drie maanden na de datum van de opdracht, bedoeld in artikel 25, derde lid, aanhangig maakt, is niet ontvankelijk in hetgeen hij vordert, tenzij het geschil voortvloeit uit een omstandigheid welke eerst na het verloop van die termijn is gebleken. In dit laatste geval gaat de termijn van drie maanden in op de dag dat de desbetreffende omstandigheid is gebleken.
4. Indien bij een in kracht van gewijsde gegaan rechterlijk vonnis een uitspraak van het scheidsgerecht geheel of gedeeltelijk nietig wordt verklaard, heeft ieder van de partijen het recht het geschil, voorzover het dientengevolge onbeslist is gebleven, opnieuw overeenkomstig dit artikel te doen beslechten. De vordering is niet ontvankelijk indien de vordering bij de Raad, bedoeld in het eerste lid, aanhangig wordt gemaakt later dan drie maanden na het in kracht van gewijsde gaan van de rechterlijke uitspraak. Degene die als scheidsman of secretaris aan de nietig verklaarde beslissing heeft medegewerkt, is niet gerechtigd aan de behandeling van laatstbedoelde vordering medewerking te verlenen.
5. Indien het overeenkomstig het eerste lid benoemde scheidsgerecht bestaat uit drie arbiters, maakt een buitengewoon lid van de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in Nederland hiervan deel uit. Het buitengewoon lid treedt op als voorzitter van het scheidsgerecht.