BWBR0012467
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 6
Uniform Aanbestedingsreglement 2001
1. Een aanbesteder maakt het voornemen om een werk openbaar aan te besteden ten minste 36 dagen voor het tijdstip van aanbesteding bekend in de Staatscourant of in een landelijk verspreid vakblad. Hij kan voorts dit voornemen op andere wijze bekendmaken.
2. De bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in elk geval:
a. naam en adres van de aanbesteder;
b. het van toepassing zijn van deze regeling alsmede dat de aanbesteding een openbare aanbesteding is;
c. dat de artikelen 42 en 43 niet van toepassing zijn indien de aan de inschrijving verbonden kosten niet worden vergoed;
d. een korte omschrijving van het werk, waaruit aard, omvang, algemene kenmerken en plaats van uitvoering van het werk blijken, alsmede, indien het werk in percelen is verdeeld, de grootte van de percelen en het al of niet kunnen inschrijven op elk perceel afzonderlijk, een aantal samengevoegde percelen of het totaal van de percelen;
e. uitvoeringstermijnen;
f. betalingsregeling;
g. waar, wanneer en onder welke voorwaarden exemplaren van het bestek verkrijgbaar zijn;
h. waar en wanneer inlichtingen worden gegeven;
i. waar en wanneer een aanwijzing ter plaatse wordt gehouden;
j. waar en op welke data het bestek, de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing ter inzage liggen;
k. waar en wanneer de inschrijvingsbiljetten, bedoeld in artikel 12, moeten worden ingeleverd;
l. plaats en tijdstip van aanbesteding;
m. de belangrijkste van de in artikel 7, derde lid, bedoelde eisen en gegevens;
n. de belangrijkste van de in artikel 7, vierde lid, bedoelde gunningscriteria en gegevens.
3. De bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in voorkomend geval:
a. dat de mogelijkheid tot het doen van een alternatieve aanbieding is uitgesloten;
b. de mogelijkheid tot het achterwege laten van een aanbieding overeenkomstig het bestek en de eventuele nota van inlichtingen, indien de mogelijkheid tot het doen van een alternatieve aanbieding niet is uitgesloten;
c. naam en adres van de directievoerende instantie, voorzover deze op het tijdstip van bekendmaking bekend zijn;
d. de termijn van gestanddoening, indien wordt afgeweken van de termijn, genoemd in artikel 19, eerste lid.
2. De bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in elk geval:
a. naam en adres van de aanbesteder;
b. het van toepassing zijn van deze regeling alsmede dat de aanbesteding een openbare aanbesteding is;
c. dat de artikelen 42 en 43 niet van toepassing zijn indien de aan de inschrijving verbonden kosten niet worden vergoed;
d. een korte omschrijving van het werk, waaruit aard, omvang, algemene kenmerken en plaats van uitvoering van het werk blijken, alsmede, indien het werk in percelen is verdeeld, de grootte van de percelen en het al of niet kunnen inschrijven op elk perceel afzonderlijk, een aantal samengevoegde percelen of het totaal van de percelen;
e. uitvoeringstermijnen;
f. betalingsregeling;
g. waar, wanneer en onder welke voorwaarden exemplaren van het bestek verkrijgbaar zijn;
h. waar en wanneer inlichtingen worden gegeven;
i. waar en wanneer een aanwijzing ter plaatse wordt gehouden;
j. waar en op welke data het bestek, de nota van inlichtingen en het proces-verbaal van aanwijzing ter inzage liggen;
k. waar en wanneer de inschrijvingsbiljetten, bedoeld in artikel 12, moeten worden ingeleverd;
l. plaats en tijdstip van aanbesteding;
m. de belangrijkste van de in artikel 7, derde lid, bedoelde eisen en gegevens;
n. de belangrijkste van de in artikel 7, vierde lid, bedoelde gunningscriteria en gegevens.
3. De bekendmaking, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in voorkomend geval:
a. dat de mogelijkheid tot het doen van een alternatieve aanbieding is uitgesloten;
b. de mogelijkheid tot het achterwege laten van een aanbieding overeenkomstig het bestek en de eventuele nota van inlichtingen, indien de mogelijkheid tot het doen van een alternatieve aanbieding niet is uitgesloten;
c. naam en adres van de directievoerende instantie, voorzover deze op het tijdstip van bekendmaking bekend zijn;
d. de termijn van gestanddoening, indien wordt afgeweken van de termijn, genoemd in artikel 19, eerste lid.