BWBR0012467
Geldig vanaf 2001-09-01
Artikel 7
Uniform Aanbestedingsreglement 2001
1. Het bestek vermeldt naam en adres van de aanbesteder.
2. Het bestek dient uiterlijk 10 dagen na de datum van bekendmaking, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tot het tijdstip van de aanbesteding voor een ieder ter inzage te liggen. Een afdruk van het bestek dient tot de dag van de aanbesteding tegen betaling van de kosten van een afdruk verkrijgbaar te zijn.
3. Het bestek vermeldt alle maatschappelijke, technische, organisatorische en financieel-economische eisen waaraan een inschrijver op zowel de dag van aanbesteding als de dag van opdrachtverlening moet voldoen, alsmede de gegevens die moeten worden overgelegd om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk, tenzij in de bekendmaking is vermeld, dat de daarin gegeven opsommingen van eisen en over te leggen gegevens uitputtend zijn.
4. Het bestek vermeldt voorts, indien de aanbesteder zich het recht voorbehoudt het werk op te dragen aan de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding, bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdeel c, alle gunningscriteria die anders zijn dan het gunningscriterium van de laagste prijs, alsmede de gegevens die moeten worden overgelegd om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk, tenzij in de bekendmaking is vermeld dat de daarin gegeven opsommingen van gunningscriteria en over te leggen gegevens uitputtend zijn. De aanbesteder vermeldt de gunningscriteria zo mogelijk in afnemende volgorde van het belang dat hij er aan hecht.
5. Het bestek vermeldt voorts of gegevens als bedoeld in het derde en vierde lid, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12, derde en vierde lid, dienen te worden overgelegd bij de inschrijving dan wel dienen te worden overgelegd op een later tijdstip, met dien verstande dat de aanbesteder de overlegging van stukken ter staving van gegevens over gedrag en solvabiliteit uitsluitend kan verzoeken aan de inschrijver die ingevolge artikel 24, tweede lid, voor de opdracht van het werk in aanmerking komt.
6. In het bestek kan worden bepaald dat de aannemer bij de aanvang van het werk een bedrag, uitgedrukt in een percentage van de inschrijvingssom, betaalt aan de stichting die het fonds beheert voor de financiering van het collectief onderzoek met betrekking tot de sector waartoe het opgedragen werk behoort.
2. Het bestek dient uiterlijk 10 dagen na de datum van bekendmaking, bedoeld in artikel 6, eerste lid, tot het tijdstip van de aanbesteding voor een ieder ter inzage te liggen. Een afdruk van het bestek dient tot de dag van de aanbesteding tegen betaling van de kosten van een afdruk verkrijgbaar te zijn.
3. Het bestek vermeldt alle maatschappelijke, technische, organisatorische en financieel-economische eisen waaraan een inschrijver op zowel de dag van aanbesteding als de dag van opdrachtverlening moet voldoen, alsmede de gegevens die moeten worden overgelegd om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk, tenzij in de bekendmaking is vermeld, dat de daarin gegeven opsommingen van eisen en over te leggen gegevens uitputtend zijn.
4. Het bestek vermeldt voorts, indien de aanbesteder zich het recht voorbehoudt het werk op te dragen aan de inschrijver met de economisch meest voordelige aanbieding, bedoeld in artikel 24, tweede lid, onderdeel c, alle gunningscriteria die anders zijn dan het gunningscriterium van de laagste prijs, alsmede de gegevens die moeten worden overgelegd om in aanmerking te kunnen komen voor de opdracht van het werk, tenzij in de bekendmaking is vermeld dat de daarin gegeven opsommingen van gunningscriteria en over te leggen gegevens uitputtend zijn. De aanbesteder vermeldt de gunningscriteria zo mogelijk in afnemende volgorde van het belang dat hij er aan hecht.
5. Het bestek vermeldt voorts of gegevens als bedoeld in het derde en vierde lid, met inachtneming van het bepaalde in artikel 12, derde en vierde lid, dienen te worden overgelegd bij de inschrijving dan wel dienen te worden overgelegd op een later tijdstip, met dien verstande dat de aanbesteder de overlegging van stukken ter staving van gegevens over gedrag en solvabiliteit uitsluitend kan verzoeken aan de inschrijver die ingevolge artikel 24, tweede lid, voor de opdracht van het werk in aanmerking komt.
6. In het bestek kan worden bepaald dat de aannemer bij de aanvang van het werk een bedrag, uitgedrukt in een percentage van de inschrijvingssom, betaalt aan de stichting die het fonds beheert voor de financiering van het collectief onderzoek met betrekking tot de sector waartoe het opgedragen werk behoort.