BWBR0012010
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel I
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
1. De wasplaats is goed bereikbaar voor vervoermiddelen via verharde wegen.
2. De wasplaats is zodanig ingericht dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen onder alle klimatologische omstandigheden ongehinderd, met voldoende capaciteit in relatie tot de werkzaamheden op het bedrijf en ongeacht het type vervoermiddel kan plaatsvinden.
3. Het vloeroppervlak van de wasplaats bestaat uit voor water ondoordringbaar of niet-poreus materiaal, zodat al het gebruikte water rechtstreeks via de afvoer van de wasplaats op zodanige wijze kan afvloeien naar de daarvoor bestemde opvangvoorzieningen dat de wasplaats te allen tijde schoon en hygiënisch is.
4. Vloeren van de wasplaats zijn dicht en goed reinigbaar en wanden van de wasplaats zijn glad en afwasbaar.
5. Het vloeroppervlak waar de reiniging plaatsvindt heeft een helling van ten minste 3%.
6. Indien meerdere vervoermiddelen tegelijkertijd worden gereinigd en ontsmet, beschikt de wasplaats over reinigbare en ontsmetbare afscheidingsmogelijkheden waarmee de vervoermiddelen tijdens het reinigen en het ontsmetten kunnen worden gescheiden, zodat tijdens het reinigen en ontsmetten de vervoermiddelen elkaar niet kunnen bezoedelen. De afstand tussen de afscheidingen is zodanig breed dat zich tussen de afscheidingen en de vervoermiddelen genoeg ruimte bevindt om ongehinderd de buitenkant van de vervoermiddelen te reinigen en te ontsmetten.
7. De verlichting voldoet aan de wettelijke eisen voor verlichting op vergelijkbare werkplekken en is ten minste van zodanig niveau dat een effectieve reiniging en ontsmetting niet wordt belemmerd en een gedegen controle van de reiniging en ontsmetting kan plaatsvinden.
8. Op of in de directe nabijheid van de wasplaats is een vorstvrije ruimte aanwezig voor de opslag van reinigings- en ontsmettingsmiddelen.
9. Bij de wasplaats bevindt zich een overdekte ruimte waarin gebruikers en bezoekers van de wasplaats zich kunnen omkleden in door de eigenaar van de wasplaats in voldoende hoeveelheid beschikbaar gestelde beschermende kleding en laarzen en waarin zij de handen kunnen wassen met warm water en zeep. Indien het een wasplaats betreft die op een slachtplaats is gelegen, is deze ruimte niet verbonden met de reine zone van de slachtlijn.
10. De wasplaats is voorzien van een reinigingsinstallatie waarmee adequaat reinigen mogelijk is. De reinigingsinstallatie voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
a. ten behoeve van de reiniging en ontsmetting is, bij gelijktijdig gebruik van alle aanwezige slangen, levering mogelijk van voldoende koud water met voldoende druk om een adequate reiniging en ontsmetting te waarborgen;
b. ten behoeve van de reiniging en ontsmetting is levering mogelijk van warm water met een temperatuur van ten minste 70o graden Celsius;
c. per wasplaats is de druk van ten minste één slang registreerbaar.
11. De waterkwaliteit is zodanig dat goed reinigen en ontsmetten mogelijk is.
12. Op de wasplaats zijn voldoende reinigings- en ontsmettingsmiddelen beschikbaar.
13. De wasplaats is voorzien van een adequate ontsmettingsinstallatie waarmee ontsmetting overeenkomstig deze regeling mogelijk is en waarmee door verneveling of op andere wijze ontsmettingsmiddel op het gereinigde oppervlak kan worden aangebracht.
14. De spuitlans van de ontsmettingsinstallatie is aan en uit te zetten.
15. Bij elke ontsmettingsinstallatie is een voor iedereen zichtbare en toegankelijke oogspoelfles aanwezig.
16. Op de wasplaats zijn voorzieningen aanwezig om de slangen na gebruik op te hangen.
17. Elke wasplaats is voorzien van ten minste één adequaat werkend laarzenreinigings- of laarzenborstelapparaat, waarmee tevens schoeisel kan worden ontsmet.
18. De wasplaats is voorzien van watervaste voorlichtings- en instructieborden de van voldoende formaat, die betrekking hebben op de veiligheid en het gebruik van de reinigings- en ontsmettingsmiddelen.
2. De wasplaats is zodanig ingericht dat een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen onder alle klimatologische omstandigheden ongehinderd, met voldoende capaciteit in relatie tot de werkzaamheden op het bedrijf en ongeacht het type vervoermiddel kan plaatsvinden.
3. Het vloeroppervlak van de wasplaats bestaat uit voor water ondoordringbaar of niet-poreus materiaal, zodat al het gebruikte water rechtstreeks via de afvoer van de wasplaats op zodanige wijze kan afvloeien naar de daarvoor bestemde opvangvoorzieningen dat de wasplaats te allen tijde schoon en hygiënisch is.
4. Vloeren van de wasplaats zijn dicht en goed reinigbaar en wanden van de wasplaats zijn glad en afwasbaar.
5. Het vloeroppervlak waar de reiniging plaatsvindt heeft een helling van ten minste 3%.
6. Indien meerdere vervoermiddelen tegelijkertijd worden gereinigd en ontsmet, beschikt de wasplaats over reinigbare en ontsmetbare afscheidingsmogelijkheden waarmee de vervoermiddelen tijdens het reinigen en het ontsmetten kunnen worden gescheiden, zodat tijdens het reinigen en ontsmetten de vervoermiddelen elkaar niet kunnen bezoedelen. De afstand tussen de afscheidingen is zodanig breed dat zich tussen de afscheidingen en de vervoermiddelen genoeg ruimte bevindt om ongehinderd de buitenkant van de vervoermiddelen te reinigen en te ontsmetten.
7. De verlichting voldoet aan de wettelijke eisen voor verlichting op vergelijkbare werkplekken en is ten minste van zodanig niveau dat een effectieve reiniging en ontsmetting niet wordt belemmerd en een gedegen controle van de reiniging en ontsmetting kan plaatsvinden.
8. Op of in de directe nabijheid van de wasplaats is een vorstvrije ruimte aanwezig voor de opslag van reinigings- en ontsmettingsmiddelen.
9. Bij de wasplaats bevindt zich een overdekte ruimte waarin gebruikers en bezoekers van de wasplaats zich kunnen omkleden in door de eigenaar van de wasplaats in voldoende hoeveelheid beschikbaar gestelde beschermende kleding en laarzen en waarin zij de handen kunnen wassen met warm water en zeep. Indien het een wasplaats betreft die op een slachtplaats is gelegen, is deze ruimte niet verbonden met de reine zone van de slachtlijn.
10. De wasplaats is voorzien van een reinigingsinstallatie waarmee adequaat reinigen mogelijk is. De reinigingsinstallatie voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
a. ten behoeve van de reiniging en ontsmetting is, bij gelijktijdig gebruik van alle aanwezige slangen, levering mogelijk van voldoende koud water met voldoende druk om een adequate reiniging en ontsmetting te waarborgen;
b. ten behoeve van de reiniging en ontsmetting is levering mogelijk van warm water met een temperatuur van ten minste 70o graden Celsius;
c. per wasplaats is de druk van ten minste één slang registreerbaar.
11. De waterkwaliteit is zodanig dat goed reinigen en ontsmetten mogelijk is.
12. Op de wasplaats zijn voldoende reinigings- en ontsmettingsmiddelen beschikbaar.
13. De wasplaats is voorzien van een adequate ontsmettingsinstallatie waarmee ontsmetting overeenkomstig deze regeling mogelijk is en waarmee door verneveling of op andere wijze ontsmettingsmiddel op het gereinigde oppervlak kan worden aangebracht.
14. De spuitlans van de ontsmettingsinstallatie is aan en uit te zetten.
15. Bij elke ontsmettingsinstallatie is een voor iedereen zichtbare en toegankelijke oogspoelfles aanwezig.
16. Op de wasplaats zijn voorzieningen aanwezig om de slangen na gebruik op te hangen.
17. Elke wasplaats is voorzien van ten minste één adequaat werkend laarzenreinigings- of laarzenborstelapparaat, waarmee tevens schoeisel kan worden ontsmet.
18. De wasplaats is voorzien van watervaste voorlichtings- en instructieborden de van voldoende formaat, die betrekking hebben op de veiligheid en het gebruik van de reinigings- en ontsmettingsmiddelen.