BWBR0012010
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel 17
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
1. De vervoerder van een vervoermiddel waarmee evenhoevigen worden vervoerd, vermeldt in het daartoe door de Minister, per vervoerseenheid verstrekte geschrift elke datum en elk tijdstip waarop, alsmede het adres van elke plaats waar reiniging en ontsmetting van dat vervoermiddel heeft plaatsgevonden.
2. In aanvulling op het eerste lid houdt de vervoerder van een vervoermiddel waarmee schapen of geiten worden vervoerd een register bij dat voldoet aan artikel 8 quater, tweede lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG.
3. De vervoerder van een vervoermiddel waarmee schapen of geiten worden vervoerd, overlegt aan de VWA een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8 quater, vierde lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG.
4. Indien de reiniging en ontsmetting plaatsvindt op een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in artikel 23:
a. wordt de vermelding van de reiniging en ontsmetting in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, voorzien van het stempel van de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de reinigings- en ontsmettingsplaats, waarin de naam en het adres van die plaats is te lezen, alsmede van de handtekening van de persoon die namens de eigenaar of exploitant de reiniging of ontsmetting heeft verricht of daarop toezicht heeft gehouden, en
b. worden de datum en het tijdstip waarop de reiniging en ontsmetting heeft plaatsgevonden, door de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de reinigings- en ontsmettingsplaats, bijgehouden in een daartoe bestemd register, onder vermelding van de naam van de persoon die en in voorkomend geval het bedrijf dat of de organisatie die namens de eigenaar of exploitant de reiniging of ontsmetting heeft verricht of daarop toezicht heeft gehouden, alsmede van het kenteken van ieder vervoermiddel en het nummer dat is vermeld op het goedkeuringsbewijs, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling dierenvervoer, dat bij het betrokken vervoermiddel behoort.
5. Het register, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt op de reinigings- en ontsmettingsplaats, bedoeld in het tweede lid, bewaard, voorzover het register vermeldingen bevat van reinigingen en ontsmettingen die korter dan drie jaren geleden hebben plaatsgevonden.
6. De eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger van de reinigings- en ontsmettingsplaats, bedoeld in artikel 23, verstrekt de VWA:
a. de namen van de personen en het bedrijf of de organisatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en
b. een afschrift van een overeenkomstig de aanwijzingen van de Minister opgesteld geschrift, waarin is vastgelegd op welke wijze het proces van reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen op die reinigings- en ontsmettingsplaats wordt uitgevoerd.
7. Indien de reiniging en ontsmetting plaatsvindt op een houderij van evenhoevigen wordt de vermelding van de reiniging en ontsmetting in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, voorzien van de handtekening van de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van dat bedrijf, nadat deze de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel heeft gecontroleerd en heeft vastgesteld dat deze overeenkomstig bijlage IIheeft plaatsgevonden.
8. Het geschrift, bedoeld in het eerste lid, is in of bij het betreffende vervoermiddel aanwezig, zolang dat geschrift vermeldingen bevat van reinigingen en ontsmettingen die korter dan twee maanden geleden hebben plaatsgevonden. De vervoerder bewaart het geschrift vervolgens gedurende drie jaren na de datum waarop de laatste in het geschrift vermelde reiniging of ontsmetting heeft plaatsgevonden, op zijn bedrijf of onderneming.
9. De vervoerder draagt er zorg voor dat in of bij de tot zijn bedrijf of onderneming behorende vervoermiddelen tijdig en voldoende geschriften als bedoeld in het eerste lid aanwezig zijn.
10. In of bij een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens zijn vervoerd, is gedurende ten minste tien dagen na het betreffende vervoer tevens een afschrift aanwezig van het vervoersdocument, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014538" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling identificatie en registratie van dieren 2003</a>, en van het gezondheidscertificaat, bedoeld in Richtlijn 64/432/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel Richtlijn 72/462/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), die de partij runderen of varkens hebben vergezeld, een en ander voorzover dit document, onderscheidenlijk certificaat, voor de betreffende runderen of varkens is voorgeschreven.
11. De vervoerder bewaart de in het achtste lid bedoelde afschriften op zijn bedrijf of onderneming gedurende drie jaren, gerekend vanaf het tijdstip waarop de afschriften op het bedrijf of de onderneming aanwezig zijn.
12. De chauffeur van een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens worden vervoerd, draagt er zorg voor dat, alvorens het vervoermiddel het Nederlands grondgebied verlaat vóór het verstrijken van de termijn, bedoeld in het achtste lid, de in het vervoermiddel aanwezige afschriften, bedoeld in dat lid, op het bedrijf of de onderneming waartoe het vervoermiddel behoort, aanwezig zijn.
13. Het geschrift, bedoeld in het eerste lid, is te allen tijde in het vervoermiddel aanwezig.
2. In aanvulling op het eerste lid houdt de vervoerder van een vervoermiddel waarmee schapen of geiten worden vervoerd een register bij dat voldoet aan artikel 8 quater, tweede lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG.
3. De vervoerder van een vervoermiddel waarmee schapen of geiten worden vervoerd, overlegt aan de VWA een schriftelijke verklaring als bedoeld in artikel 8 quater, vierde lid, van richtlijn nr. 91/68/EEG.
4. Indien de reiniging en ontsmetting plaatsvindt op een reinigings- en ontsmettingsplaats als bedoeld in artikel 23:
a. wordt de vermelding van de reiniging en ontsmetting in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, voorzien van het stempel van de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de reinigings- en ontsmettingsplaats, waarin de naam en het adres van die plaats is te lezen, alsmede van de handtekening van de persoon die namens de eigenaar of exploitant de reiniging of ontsmetting heeft verricht of daarop toezicht heeft gehouden, en
b. worden de datum en het tijdstip waarop de reiniging en ontsmetting heeft plaatsgevonden, door de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van de reinigings- en ontsmettingsplaats, bijgehouden in een daartoe bestemd register, onder vermelding van de naam van de persoon die en in voorkomend geval het bedrijf dat of de organisatie die namens de eigenaar of exploitant de reiniging of ontsmetting heeft verricht of daarop toezicht heeft gehouden, alsmede van het kenteken van ieder vervoermiddel en het nummer dat is vermeld op het goedkeuringsbewijs, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Regeling dierenvervoer, dat bij het betrokken vervoermiddel behoort.
5. Het register, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt op de reinigings- en ontsmettingsplaats, bedoeld in het tweede lid, bewaard, voorzover het register vermeldingen bevat van reinigingen en ontsmettingen die korter dan drie jaren geleden hebben plaatsgevonden.
6. De eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger van de reinigings- en ontsmettingsplaats, bedoeld in artikel 23, verstrekt de VWA:
a. de namen van de personen en het bedrijf of de organisatie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, en
b. een afschrift van een overeenkomstig de aanwijzingen van de Minister opgesteld geschrift, waarin is vastgelegd op welke wijze het proces van reiniging en ontsmetting van vervoermiddelen op die reinigings- en ontsmettingsplaats wordt uitgevoerd.
7. Indien de reiniging en ontsmetting plaatsvindt op een houderij van evenhoevigen wordt de vermelding van de reiniging en ontsmetting in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, voorzien van de handtekening van de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van dat bedrijf, nadat deze de reiniging en ontsmetting van het vervoermiddel heeft gecontroleerd en heeft vastgesteld dat deze overeenkomstig bijlage IIheeft plaatsgevonden.
8. Het geschrift, bedoeld in het eerste lid, is in of bij het betreffende vervoermiddel aanwezig, zolang dat geschrift vermeldingen bevat van reinigingen en ontsmettingen die korter dan twee maanden geleden hebben plaatsgevonden. De vervoerder bewaart het geschrift vervolgens gedurende drie jaren na de datum waarop de laatste in het geschrift vermelde reiniging of ontsmetting heeft plaatsgevonden, op zijn bedrijf of onderneming.
9. De vervoerder draagt er zorg voor dat in of bij de tot zijn bedrijf of onderneming behorende vervoermiddelen tijdig en voldoende geschriften als bedoeld in het eerste lid aanwezig zijn.
10. In of bij een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens zijn vervoerd, is gedurende ten minste tien dagen na het betreffende vervoer tevens een afschrift aanwezig van het vervoersdocument, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0014538" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling identificatie en registratie van dieren 2003</a>, en van het gezondheidscertificaat, bedoeld in Richtlijn 64/432/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), dan wel Richtlijn 72/462/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), die de partij runderen of varkens hebben vergezeld, een en ander voorzover dit document, onderscheidenlijk certificaat, voor de betreffende runderen of varkens is voorgeschreven.
11. De vervoerder bewaart de in het achtste lid bedoelde afschriften op zijn bedrijf of onderneming gedurende drie jaren, gerekend vanaf het tijdstip waarop de afschriften op het bedrijf of de onderneming aanwezig zijn.
12. De chauffeur van een vervoermiddel waarmee een of meer runderen of varkens worden vervoerd, draagt er zorg voor dat, alvorens het vervoermiddel het Nederlands grondgebied verlaat vóór het verstrijken van de termijn, bedoeld in het achtste lid, de in het vervoermiddel aanwezige afschriften, bedoeld in dat lid, op het bedrijf of de onderneming waartoe het vervoermiddel behoort, aanwezig zijn.
13. Het geschrift, bedoeld in het eerste lid, is te allen tijde in het vervoermiddel aanwezig.