BWBR0012010
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel 24
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
Het is verboden:
a. een of meer varkens te ontvangen op een varkenshouderijbedrijf;
b. een of meer varkens op een varkenshouderijbedrijf te houden, dan wel
c. een of meer varkens die zich op een varkenshouderijbedrijf bevinden, ten vervoer af te staan, tenzij: 1. op het bedrijf een zodanige (erf)afsluiting aanwezig is rondom de gebouwen waar dieren worden gehouden en het bedrijfsterrein, dat een directe toegang tot deze gebouwen en dat terrein onmogelijk is;
2. in het bedrijf de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer varkens worden gehouden, door een slot afgesloten kunnen worden en bij afwezigheid van de houder afgesloten zijn;
3. op het bedrijf in de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer evenhoevigen worden gehouden, geen andere landbouwhuisdieren aanwezig zijn of kunnen komen;
4. op het bedrijf in de gebouwen waar een of meer varkens worden gehouden, deugdelijke ongediertebestrijding plaatsvindt;
5. op het bedrijf aanwezige, lege vervoermiddelen zijn gereinigd en ontsmet;
6. op het bedrijf aanwezige producten en voorwerpen die van buiten het bedrijf afkomstig zijn, zijn gereinigd en ontsmet, voorzover de aard van die producten en voorwerpen zich niet verzet tegen reiniging en ontsmetting;
7. op het bedrijf aanwezige personen gekleed zijn in bedrijfskleding en laarzen van het bedrijf;
8. de kadaverplaatsen waarop kadavers ter destructie worden aangeboden, voldoen aan de in bijlage V bij deze regeling opgenomen inrichtings- en gebruikseisen;
9. op het bedrijf tot het bedrijf behorende drijfschotten voor het verplaatsen van varkens en merktangen of slaghamers voor het aanbrengen van identificatiemerken aanwezig zijn;
10. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, al datgene heeft gedaan wat in redelijkheid in zijn vermogen ligt om het optreden van besmettelijke dierziekten op het bedrijf te voorkomen;
11. in geval de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, varkens die verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertonen, behandelt of laat behandelen, binnen 24 uur nadat die behandeling is ingesteld, bloed is afgenomen en is ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van een besmettelijke dierziekte;
12. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, voorzover op dat bedrijf varkens mogelijk ten gevolge van een besmettelijke dierziekte zijn gestorven, een representatief aantal van die dieren ter sectie heeft ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van klassieke varkenspest, of
13. de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van het bedrijf eenmaal per twaalf maanden door een geaccrediteerde keuringsinstantie overeenkomstig bijlage V een bedrijfsrapport laat opstellen waaruit blijkt in hoeverre op het bedrijf wordt voldaan aan de in deze regeling gestelde voorschriften en welke voorzieningen eventueel zouden moeten worden getroffen, indien het bedrijf niet of niet volledig aan die voorschriften voldoet en de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, een exemplaar van dat bedrijfsrapport op het bedrijf bewaart.
1. op het bedrijf een zodanige (erf)afsluiting aanwezig is rondom de gebouwen waar dieren worden gehouden en het bedrijfsterrein, dat een directe toegang tot deze gebouwen en dat terrein onmogelijk is;
2. in het bedrijf de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer varkens worden gehouden, door een slot afgesloten kunnen worden en bij afwezigheid van de houder afgesloten zijn;
3. op het bedrijf in de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer evenhoevigen worden gehouden, geen andere landbouwhuisdieren aanwezig zijn of kunnen komen;
4. op het bedrijf in de gebouwen waar een of meer varkens worden gehouden, deugdelijke ongediertebestrijding plaatsvindt;
5. op het bedrijf aanwezige, lege vervoermiddelen zijn gereinigd en ontsmet;
6. op het bedrijf aanwezige producten en voorwerpen die van buiten het bedrijf afkomstig zijn, zijn gereinigd en ontsmet, voorzover de aard van die producten en voorwerpen zich niet verzet tegen reiniging en ontsmetting;
7. op het bedrijf aanwezige personen gekleed zijn in bedrijfskleding en laarzen van het bedrijf;
8. de kadaverplaatsen waarop kadavers ter destructie worden aangeboden, voldoen aan de in bijlage V bij deze regeling opgenomen inrichtings- en gebruikseisen;
9. op het bedrijf tot het bedrijf behorende drijfschotten voor het verplaatsen van varkens en merktangen of slaghamers voor het aanbrengen van identificatiemerken aanwezig zijn;
10. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, al datgene heeft gedaan wat in redelijkheid in zijn vermogen ligt om het optreden van besmettelijke dierziekten op het bedrijf te voorkomen;
11. in geval de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, varkens die verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertonen, behandelt of laat behandelen, binnen 24 uur nadat die behandeling is ingesteld, bloed is afgenomen en is ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van een besmettelijke dierziekte;
12. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, voorzover op dat bedrijf varkens mogelijk ten gevolge van een besmettelijke dierziekte zijn gestorven, een representatief aantal van die dieren ter sectie heeft ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van klassieke varkenspest, of
13. de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van het bedrijf eenmaal per twaalf maanden door een geaccrediteerde keuringsinstantie overeenkomstig bijlage V een bedrijfsrapport laat opstellen waaruit blijkt in hoeverre op het bedrijf wordt voldaan aan de in deze regeling gestelde voorschriften en welke voorzieningen eventueel zouden moeten worden getroffen, indien het bedrijf niet of niet volledig aan die voorschriften voldoet en de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, een exemplaar van dat bedrijfsrapport op het bedrijf bewaart.
a. een of meer varkens te ontvangen op een varkenshouderijbedrijf;
b. een of meer varkens op een varkenshouderijbedrijf te houden, dan wel
c. een of meer varkens die zich op een varkenshouderijbedrijf bevinden, ten vervoer af te staan, tenzij: 1. op het bedrijf een zodanige (erf)afsluiting aanwezig is rondom de gebouwen waar dieren worden gehouden en het bedrijfsterrein, dat een directe toegang tot deze gebouwen en dat terrein onmogelijk is;
2. in het bedrijf de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer varkens worden gehouden, door een slot afgesloten kunnen worden en bij afwezigheid van de houder afgesloten zijn;
3. op het bedrijf in de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer evenhoevigen worden gehouden, geen andere landbouwhuisdieren aanwezig zijn of kunnen komen;
4. op het bedrijf in de gebouwen waar een of meer varkens worden gehouden, deugdelijke ongediertebestrijding plaatsvindt;
5. op het bedrijf aanwezige, lege vervoermiddelen zijn gereinigd en ontsmet;
6. op het bedrijf aanwezige producten en voorwerpen die van buiten het bedrijf afkomstig zijn, zijn gereinigd en ontsmet, voorzover de aard van die producten en voorwerpen zich niet verzet tegen reiniging en ontsmetting;
7. op het bedrijf aanwezige personen gekleed zijn in bedrijfskleding en laarzen van het bedrijf;
8. de kadaverplaatsen waarop kadavers ter destructie worden aangeboden, voldoen aan de in bijlage V bij deze regeling opgenomen inrichtings- en gebruikseisen;
9. op het bedrijf tot het bedrijf behorende drijfschotten voor het verplaatsen van varkens en merktangen of slaghamers voor het aanbrengen van identificatiemerken aanwezig zijn;
10. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, al datgene heeft gedaan wat in redelijkheid in zijn vermogen ligt om het optreden van besmettelijke dierziekten op het bedrijf te voorkomen;
11. in geval de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, varkens die verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertonen, behandelt of laat behandelen, binnen 24 uur nadat die behandeling is ingesteld, bloed is afgenomen en is ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van een besmettelijke dierziekte;
12. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, voorzover op dat bedrijf varkens mogelijk ten gevolge van een besmettelijke dierziekte zijn gestorven, een representatief aantal van die dieren ter sectie heeft ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van klassieke varkenspest, of
13. de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van het bedrijf eenmaal per twaalf maanden door een geaccrediteerde keuringsinstantie overeenkomstig bijlage V een bedrijfsrapport laat opstellen waaruit blijkt in hoeverre op het bedrijf wordt voldaan aan de in deze regeling gestelde voorschriften en welke voorzieningen eventueel zouden moeten worden getroffen, indien het bedrijf niet of niet volledig aan die voorschriften voldoet en de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, een exemplaar van dat bedrijfsrapport op het bedrijf bewaart.
1. op het bedrijf een zodanige (erf)afsluiting aanwezig is rondom de gebouwen waar dieren worden gehouden en het bedrijfsterrein, dat een directe toegang tot deze gebouwen en dat terrein onmogelijk is;
2. in het bedrijf de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer varkens worden gehouden, door een slot afgesloten kunnen worden en bij afwezigheid van de houder afgesloten zijn;
3. op het bedrijf in de ruimten van gebouwen, voorzover in die ruimten een of meer evenhoevigen worden gehouden, geen andere landbouwhuisdieren aanwezig zijn of kunnen komen;
4. op het bedrijf in de gebouwen waar een of meer varkens worden gehouden, deugdelijke ongediertebestrijding plaatsvindt;
5. op het bedrijf aanwezige, lege vervoermiddelen zijn gereinigd en ontsmet;
6. op het bedrijf aanwezige producten en voorwerpen die van buiten het bedrijf afkomstig zijn, zijn gereinigd en ontsmet, voorzover de aard van die producten en voorwerpen zich niet verzet tegen reiniging en ontsmetting;
7. op het bedrijf aanwezige personen gekleed zijn in bedrijfskleding en laarzen van het bedrijf;
8. de kadaverplaatsen waarop kadavers ter destructie worden aangeboden, voldoen aan de in bijlage V bij deze regeling opgenomen inrichtings- en gebruikseisen;
9. op het bedrijf tot het bedrijf behorende drijfschotten voor het verplaatsen van varkens en merktangen of slaghamers voor het aanbrengen van identificatiemerken aanwezig zijn;
10. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, al datgene heeft gedaan wat in redelijkheid in zijn vermogen ligt om het optreden van besmettelijke dierziekten op het bedrijf te voorkomen;
11. in geval de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, varkens die verschijnselen van een besmettelijke dierziekte vertonen, behandelt of laat behandelen, binnen 24 uur nadat die behandeling is ingesteld, bloed is afgenomen en is ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van een besmettelijke dierziekte;
12. de eigenaar of exploitant van het bedrijf, dan wel diens vertegenwoordiger, dan wel degene die op dat bedrijf een of meer varkens houdt, voorzover op dat bedrijf varkens mogelijk ten gevolge van een besmettelijke dierziekte zijn gestorven, een representatief aantal van die dieren ter sectie heeft ingestuurd ten behoeve van onderzoek op de aanwezigheid van klassieke varkenspest, of
13. de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, van het bedrijf eenmaal per twaalf maanden door een geaccrediteerde keuringsinstantie overeenkomstig bijlage V een bedrijfsrapport laat opstellen waaruit blijkt in hoeverre op het bedrijf wordt voldaan aan de in deze regeling gestelde voorschriften en welke voorzieningen eventueel zouden moeten worden getroffen, indien het bedrijf niet of niet volledig aan die voorschriften voldoet en de eigenaar of exploitant, dan wel diens vertegenwoordiger, een exemplaar van dat bedrijfsrapport op het bedrijf bewaart.