BWBR0012010
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel 14
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
1. De vervoerder van een vervoermiddel dat in een lidstaat dan wel in een derde land is gebruikt om een of meer evenhoevigen te vervoeren en leeg vanuit die lidstaat, onderscheidenlijk dat derde land, in Nederland wordt gebracht en welk vervoermiddel niet voldoet aan artikel 12, tweede lid en derde lid, brengt dit vervoermiddel niet op enige plaats, tenzij om te voldoen aan artikel 12, eerste lid.
2. De vervoerder van een vervoermiddel dat is geladen met een of meer evenhoevigen uit een lidstaat dan wel uit een derde land dat anders dan in doorvoer in Nederland wordt gebracht, brengt dit vervoermiddel voorafgaand aan lossen niet op een andere plaats dan de plaats van aflevering opgenomen in het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 64/432/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), artikel 9 van richtlijn nr. 91/68/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46), artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen, geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), onderscheidenlijk artikel 6 van richtlijn nr. 92/65/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEGgeldt (PbEG L 268).
2. De vervoerder van een vervoermiddel dat is geladen met een of meer evenhoevigen uit een lidstaat dan wel uit een derde land dat anders dan in doorvoer in Nederland wordt gebracht, brengt dit vervoermiddel voorafgaand aan lossen niet op een andere plaats dan de plaats van aflevering opgenomen in het gezondheidscertificaat, bedoeld in artikel 5 van richtlijn nr. 64/432/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1964 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens (PbEG L 121), artikel 9 van richtlijn nr. 91/68/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 28 januari 1991 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het intracommunautaire handelsverkeer in schapen en geiten (PbEG L 46), artikel 11 van richtlijn nr. 72/462/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972 inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen, geiten, van vers vlees of van vleesproducten uit derde landen (PbEG L 302), onderscheidenlijk artikel 6 van richtlijn nr. 92/65/EEGvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEGgeldt (PbEG L 268).