BWBR0012010
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel 10a
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
1. Indien voor het vervoer van varkens naar een lidstaat of een derde land, nadat deze reeds van een varkenshouderijbedrijf zijn afgevoerd, ingevolge artikel 59, tweede lid, onderdeel e, van de wet in samenhang met artikel 6, eerste lid, van het Besluit dierenvervoer 1994 geen certificaat wordt afgegeven, is het in zoverre in afwijking van artikel 10, eerste lid, toegestaan het vervoermiddel waarmee deze varkens vervoerd zijn, na aankomst op het varkenshouderijbedrijf van herkomst, gedeeltelijk te lossen.
2. De vervoerder draagt er in zoverre in afwijking van artikel 6, eerste lid, van deze regeling, artikel 2, eerste lid, van de regeling van 1 maart 2001 betreffende de uitbreiding van de reinigings- en ontsmettingsmaatregelen voor vervoermiddelen bestemd voor het vervoer van evenhoevigen en artikel 2.11 van de Regeling handel levende dieren en levende producten, zorg voor dat de wielen en de wielkasten van een vervoermiddel als bedoeld in het eerste lid na aankomst op het varkenshouderijbedrijf van herkomst, zo spoedig mogelijk na de lossing, maar voordat het vervoermiddel dit bedrijf weer verlaat, op de plaats van lossing worden gereinigd en ontsmet.
3. De reiniging en ontsmetting als bedoeld in het tweede lid heeft plaats door middel van een installatie die water levert van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting.
2. De vervoerder draagt er in zoverre in afwijking van artikel 6, eerste lid, van deze regeling, artikel 2, eerste lid, van de regeling van 1 maart 2001 betreffende de uitbreiding van de reinigings- en ontsmettingsmaatregelen voor vervoermiddelen bestemd voor het vervoer van evenhoevigen en artikel 2.11 van de Regeling handel levende dieren en levende producten, zorg voor dat de wielen en de wielkasten van een vervoermiddel als bedoeld in het eerste lid na aankomst op het varkenshouderijbedrijf van herkomst, zo spoedig mogelijk na de lossing, maar voordat het vervoermiddel dit bedrijf weer verlaat, op de plaats van lossing worden gereinigd en ontsmet.
3. De reiniging en ontsmetting als bedoeld in het tweede lid heeft plaats door middel van een installatie die water levert van voldoende druk voor een deugdelijke en efficiënte reiniging en ontsmetting.