BWBR0012010
Geldig vanaf 2000-12-22
Artikel 5b
Regeling inzake hygiënevoorschriften besmettelijke dierziekten 2000
1. Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid, wordt ingediend bij de VWA met gebruikmaking van een daartoe bestemd aanvraagformulier.
2. Een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid, wordt slechts verleend indien de eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit ten genoegen van de minister aan de hand van schriftelijke stukken aantoont dat:
a. uitsluitend andere evenhoevigen dan varkens op de slachtplaats worden geslacht;
b. de op de slachtplaats geslachte dieren worden geslacht ten behoeve van de eigen verkoop aan consumenten;
c. voor de duur van de vergunning een schriftelijke overeenkomst is gesloten met de eigenaar of exploitant van een in de vergunning te noemen in de directe nabijheid gelegen reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen, die is geregistreerd overeenkomstig artikel 23, eerste lid, waaruit blijkt dat vervoermiddelen die op de slachtplaats dieren hebben afgeleverd op deze reinigings- en ontsmettingsplaats worden gereinigd en ontsmet.
3. De eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit, die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid:
a. houdt op het bedrijf een register als bedoeld in artikel 22 bij;
b. toont aan dat direct na lossing van dieren op de slachtplaats de vervoermiddelen steeds zijn gereinigd en ontsmet op de in de vergunning genoemde reinigings- en ontsmettingsplaats en bewaart daartoe in elk geval afschriften van het bewijs, bedoeld in artikel 21, derde lid;
c. vermeldt in het geschrift, bedoeld in artikel 17, eerste lid, de datum, het tijdstip en de plaats van lossing van de evenhoevigen, alsmede het nummer van de vergunning en de naam van de in de vergunning genoemde reinigings- en ontsmettingsplaats.
4. De vergunning wordt verleend voor één jaar en kan jaarlijks op aanvraag worden verlengd.
5. De in het vierde lid bedoelde aanvraag tot verlenging wordt tenminste 8 weken vóór afloop van de vergunning bij de VWA ingediend.
2. Een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid, wordt slechts verleend indien de eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit ten genoegen van de minister aan de hand van schriftelijke stukken aantoont dat:
a. uitsluitend andere evenhoevigen dan varkens op de slachtplaats worden geslacht;
b. de op de slachtplaats geslachte dieren worden geslacht ten behoeve van de eigen verkoop aan consumenten;
c. voor de duur van de vergunning een schriftelijke overeenkomst is gesloten met de eigenaar of exploitant van een in de vergunning te noemen in de directe nabijheid gelegen reinigings- en ontsmettingsplaats voor vervoermiddelen, die is geregistreerd overeenkomstig artikel 23, eerste lid, waaruit blijkt dat vervoermiddelen die op de slachtplaats dieren hebben afgeleverd op deze reinigings- en ontsmettingsplaats worden gereinigd en ontsmet.
3. De eigenaar of exploitant van de slachtplaats met geringe capaciteit, die beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 5, vierde lid:
a. houdt op het bedrijf een register als bedoeld in artikel 22 bij;
b. toont aan dat direct na lossing van dieren op de slachtplaats de vervoermiddelen steeds zijn gereinigd en ontsmet op de in de vergunning genoemde reinigings- en ontsmettingsplaats en bewaart daartoe in elk geval afschriften van het bewijs, bedoeld in artikel 21, derde lid;
c. vermeldt in het geschrift, bedoeld in artikel 17, eerste lid, de datum, het tijdstip en de plaats van lossing van de evenhoevigen, alsmede het nummer van de vergunning en de naam van de in de vergunning genoemde reinigings- en ontsmettingsplaats.
4. De vergunning wordt verleend voor één jaar en kan jaarlijks op aanvraag worden verlengd.
5. De in het vierde lid bedoelde aanvraag tot verlenging wordt tenminste 8 weken vóór afloop van de vergunning bij de VWA ingediend.