BWBR0011604
Geldig vanaf 2007-02-16
Artikel 6
Regeling periodieke audit GBA
1. In het kader van de toetsing van de eisen die voortvloeien uit de systeembeschrijving wordt onderzocht of:
a. de gegevens voldoen aan de eisen in het gegevenswoordenboek;
b. de tekens voorkomen in het overzicht van te gebruiken Teletex karakters;
c. de gegevens weergeven dat mutaties zijn uitgevoerd conform de in de systeembeschrijving beschreven actualiseringprocedures;
d. de gegevens weergeven dat bij het opnemen dan wel wijzigen van gegevens de voorschriften gesteld bij of krachtens de wet zijn gevolgd;
e. de door een college van burgemeester en wethouders spontaan geplaatste afnemersindicaties voorkomen op de persoonslijsten waar deze verwacht mogen worden;
f. de gegevens zijn ontleend aan bij of krachtens de wet bepaalde brondocumenten.
2. Een gegeven wordt getoetst aan de hand van het daarop betrekking hebbende voorschrift dat gold op het moment waarop het gegeven werd opgenomen, tenzij later is aangegeven dat het betreffende gegeven gecorrigeerd moest worden omdat het bij de opname gehanteerde voorschrift niet juist was. Gegevens die ten tijde van het trekken dan wel verzamelen van de persoonslijsten, bedoeld in de artikelen 3en 4, niet conform de eisen waren opgenomen, maar naderhand zijn gecorrigeerd, worden aangemerkt als afwijkingen.
3. Beoordeeld wordt of de gegevens op de persoonslijsten correct zijn ontleend aan de gegevens op het brondocument.
4. Voor wat betreft de niet-selecte steekproef geldt dat:
a. de controle alleen wordt uitgevoerd aan de hand van de brondocumenten die bij de auditee aanwezig dienen te zijn of waarvan alsnog een afschrift kan worden verkregen;
b. de controle wordt uitgevoerd bij de door de auditor te bepalen helft van de in de steekproef aanwezige persoonslijsten;
c. bij de andere helft van de in de steekproef aanwezige persoonslijsten wordt alleen een controle uitgevoerd indien het vermoeden bestaat dat gegevens niet juist aan de gegevens op het brondocument zijn ontleend.
5. Bij de select verzamelde persoonslijsten wordt de controle uitgevoerd ten aanzien van de bij de desbetreffende specifieke situatie gehanteerde brondocumenten.
a. de gegevens voldoen aan de eisen in het gegevenswoordenboek;
b. de tekens voorkomen in het overzicht van te gebruiken Teletex karakters;
c. de gegevens weergeven dat mutaties zijn uitgevoerd conform de in de systeembeschrijving beschreven actualiseringprocedures;
d. de gegevens weergeven dat bij het opnemen dan wel wijzigen van gegevens de voorschriften gesteld bij of krachtens de wet zijn gevolgd;
e. de door een college van burgemeester en wethouders spontaan geplaatste afnemersindicaties voorkomen op de persoonslijsten waar deze verwacht mogen worden;
f. de gegevens zijn ontleend aan bij of krachtens de wet bepaalde brondocumenten.
2. Een gegeven wordt getoetst aan de hand van het daarop betrekking hebbende voorschrift dat gold op het moment waarop het gegeven werd opgenomen, tenzij later is aangegeven dat het betreffende gegeven gecorrigeerd moest worden omdat het bij de opname gehanteerde voorschrift niet juist was. Gegevens die ten tijde van het trekken dan wel verzamelen van de persoonslijsten, bedoeld in de artikelen 3en 4, niet conform de eisen waren opgenomen, maar naderhand zijn gecorrigeerd, worden aangemerkt als afwijkingen.
3. Beoordeeld wordt of de gegevens op de persoonslijsten correct zijn ontleend aan de gegevens op het brondocument.
4. Voor wat betreft de niet-selecte steekproef geldt dat:
a. de controle alleen wordt uitgevoerd aan de hand van de brondocumenten die bij de auditee aanwezig dienen te zijn of waarvan alsnog een afschrift kan worden verkregen;
b. de controle wordt uitgevoerd bij de door de auditor te bepalen helft van de in de steekproef aanwezige persoonslijsten;
c. bij de andere helft van de in de steekproef aanwezige persoonslijsten wordt alleen een controle uitgevoerd indien het vermoeden bestaat dat gegevens niet juist aan de gegevens op het brondocument zijn ontleend.
5. Bij de select verzamelde persoonslijsten wordt de controle uitgevoerd ten aanzien van de bij de desbetreffende specifieke situatie gehanteerde brondocumenten.