BWBR0011604
Geldig vanaf 2007-02-16
Artikel 32
Regeling periodieke audit GBA
1. De auditinstelling voert het inhoudelijke deel van de audit uit overeenkomstig de eisen genoemd in paragraaf 1 van hoofdstuk 2.
2. De auditinstelling voert het procesmatige deel van de audit uit overeenkomstig het gestelde in paragraaf 2 van hoofdstuk 2.
3. De auditinstelling voert het privacydeel van de audit uit overeenkomstig het gestelde in paragraaf 3 van hoofdstuk 2.
4. De auditinstelling heeft een systeem voor het beheersen van de contracten of werkopdrachten om er zeker van te zijn dat:
a. het uit te voeren werk binnen haar bekwaamheid ligt en dat de organisatie over toereikende middelen beschikt om aan de eisen te voldoen;
b. de eisen van al wie een beroep wenst te doen op de diensten van de auditinstelling, naar behoren worden bepaald en dat de specifieke voorwaarden goed worden begrepen, zodat ondubbelzinnige instructies kunnen worden gegeven aan de auditoren;
c. toezicht wordt uitgeoefend op het werk in uitvoering, door middel van regelmatige beoordelingen en corrigerende maatregelen;
d. het werk na voltooiing wordt beoordeeld ter bevestiging dat aan de eisen is voldaan.
5. De waarnemingen en gegevens die gedurende de audit worden verkregen, worden tijdig vastgelegd om verlies van ter zake doende informatie te voorkomen.
2. De auditinstelling voert het procesmatige deel van de audit uit overeenkomstig het gestelde in paragraaf 2 van hoofdstuk 2.
3. De auditinstelling voert het privacydeel van de audit uit overeenkomstig het gestelde in paragraaf 3 van hoofdstuk 2.
4. De auditinstelling heeft een systeem voor het beheersen van de contracten of werkopdrachten om er zeker van te zijn dat:
a. het uit te voeren werk binnen haar bekwaamheid ligt en dat de organisatie over toereikende middelen beschikt om aan de eisen te voldoen;
b. de eisen van al wie een beroep wenst te doen op de diensten van de auditinstelling, naar behoren worden bepaald en dat de specifieke voorwaarden goed worden begrepen, zodat ondubbelzinnige instructies kunnen worden gegeven aan de auditoren;
c. toezicht wordt uitgeoefend op het werk in uitvoering, door middel van regelmatige beoordelingen en corrigerende maatregelen;
d. het werk na voltooiing wordt beoordeeld ter bevestiging dat aan de eisen is voldaan.
5. De waarnemingen en gegevens die gedurende de audit worden verkregen, worden tijdig vastgelegd om verlies van ter zake doende informatie te voorkomen.