BWBR0011604
Geldig vanaf 2007-02-16
Artikel 29
Regeling periodieke audit GBA
1. De leiding van de auditinstelling bepaalt haar beleid, doelstelling en betrokkenheid met betrekking tot de kwaliteit van de audit, legt dat schriftelijk vast en bewerkstelligt dat dit beleid op alle niveaus in de organisatie wordt begrepen, toegepast en gehandhaafd.
2. De auditinstelling beheert een effectief kwaliteitssysteem dat past bij de omvang van de organisatie.
3. Het kwaliteitssysteem is volledig schriftelijk vastgelegd. Er is een kwaliteitshandboek aanwezig, dat de door deze norm vereiste informatie bevat die is opgesomd in artikel 38.
4. De auditinstelling wijst een functionaris aan die, ongeacht andere taken, een duidelijk bepaalde bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft voor de kwaliteitsborging aangaande de audit. Deze functionaris heeft directe toegang tot de directie van de auditinstelling.
5. Het kwaliteitssysteem wordt passend en actueel gehouden onder verantwoordelijkheid van deze functionaris.
6. De auditinstelling houdt een systeem in stand voor de beheersing van alle voor de audit relevante documenten en bewerkstelligt dat:
a. de documenten beschikbaar zijn voor al het betrokken personeel;
b. al het betrokken personeel tijdig van wijzigingen of aanvullingen op de hoogte wordt gebracht;
c. vervallen (onderdelen van) documenten binnen de organisatie uit gebruik worden genomen behoudens één exemplaar dat wordt bewaard.
2. De auditinstelling beheert een effectief kwaliteitssysteem dat past bij de omvang van de organisatie.
3. Het kwaliteitssysteem is volledig schriftelijk vastgelegd. Er is een kwaliteitshandboek aanwezig, dat de door deze norm vereiste informatie bevat die is opgesomd in artikel 38.
4. De auditinstelling wijst een functionaris aan die, ongeacht andere taken, een duidelijk bepaalde bevoegdheid en verantwoordelijkheid heeft voor de kwaliteitsborging aangaande de audit. Deze functionaris heeft directe toegang tot de directie van de auditinstelling.
5. Het kwaliteitssysteem wordt passend en actueel gehouden onder verantwoordelijkheid van deze functionaris.
6. De auditinstelling houdt een systeem in stand voor de beheersing van alle voor de audit relevante documenten en bewerkstelligt dat:
a. de documenten beschikbaar zijn voor al het betrokken personeel;
b. al het betrokken personeel tijdig van wijzigingen of aanvullingen op de hoogte wordt gebracht;
c. vervallen (onderdelen van) documenten binnen de organisatie uit gebruik worden genomen behoudens één exemplaar dat wordt bewaard.