BWBR0011604
Geldig vanaf 2007-02-16
Artikel 40
Regeling periodieke audit GBA
De auditor die het inhoudelijke deel van de audit uitvoert, voldoet aan de volgende criteria:
a. de auditor beschikt over gedegen en aantoonbare kennis van de voor de audit relevante onderdelen uit de voorschriften zoals deze zijn beschreven in: de wet, het besluit, de regeling GBA, deze regeling, de systeembeschrijving, de Landelijke Tabellen, overige voor de verwerking van persoonsgegevens in de basisadministraties relevante regelgeving, het Handboek Uitvoeringsprocedures, het Handboek Operationele Procedures, de Kwaliteitsbrochures en de rubriek ‘Vragen en antwoorden aan de GBA Helpdesk’ in Burgerzaken en Recht;
b. de auditor beschikt over voldoende inzicht in de werking van geautomatiseerde systemen in het algemeen en van de verschillende GBA-applicaties in het bijzonder om vast te kunnen stellen of een steekproef uit de basisadministratie op de voorgeschreven wijze is getrokken, of het select verzamelen van persoonslijsten op de juiste wijze is geschied, om de persoonslijst op de juiste wijze te kunnen interpreteren en om vast te kunnen stellen dat een opgemerkte afwijking mogelijk niet als een fout moet worden geteld.
c. de auditor werkt zeer nauwgezet en snel en bezit de aantoonbare capaciteiten om afwijkingen in persoonslijsten te vinden.
a. de auditor beschikt over gedegen en aantoonbare kennis van de voor de audit relevante onderdelen uit de voorschriften zoals deze zijn beschreven in: de wet, het besluit, de regeling GBA, deze regeling, de systeembeschrijving, de Landelijke Tabellen, overige voor de verwerking van persoonsgegevens in de basisadministraties relevante regelgeving, het Handboek Uitvoeringsprocedures, het Handboek Operationele Procedures, de Kwaliteitsbrochures en de rubriek ‘Vragen en antwoorden aan de GBA Helpdesk’ in Burgerzaken en Recht;
b. de auditor beschikt over voldoende inzicht in de werking van geautomatiseerde systemen in het algemeen en van de verschillende GBA-applicaties in het bijzonder om vast te kunnen stellen of een steekproef uit de basisadministratie op de voorgeschreven wijze is getrokken, of het select verzamelen van persoonslijsten op de juiste wijze is geschied, om de persoonslijst op de juiste wijze te kunnen interpreteren en om vast te kunnen stellen dat een opgemerkte afwijking mogelijk niet als een fout moet worden geteld.
c. de auditor werkt zeer nauwgezet en snel en bezit de aantoonbare capaciteiten om afwijkingen in persoonslijsten te vinden.