BWBR0011604
Geldig vanaf 2007-02-16
Artikel 21
Regeling periodieke audit GBA
1. De managementsamenvatting bestaat uit de volgende elementen:
a. een passage waaruit blijkt onder wiens verantwoordelijkheid het inhoudelijk deel onderscheidenlijk het privacydeel van de audit is uitgevoerd, welke auditoren het inhoudelijke deel en het privacy deel hebben uitgevoerd, wanneer welke onderdelen van de audit zijn uitgevoerd en, indien sprake is geweest van uitbesteding door de auditinstelling, welk deel aan welke instantie is uitbesteed;
b. een verklaring dat het inhoudelijk deel van de audit onderscheidenlijk het privacydeel van de audit niet, dan wel geheel of gedeeltelijk is uitgevoerd met behulp van computers en geautomatiseerde uitrusting;
c. de conclusies, onderverdeeld naar: 1°. de niet-selecte persoonlijsten, waarbij per foutklasse wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen en of de geldende norm is overschreden;
2°. de select getrokken persoonslijsten, waarbij wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen;
3°. de uitkomsten van het privacydeel van de audit, onder vermelding van de geconstateerde tekortkomingen;
4°. de onderdelen waarvoor een heraudit verplicht is dan wel de mededeling dat geen heraudit verplicht is;
5°. de afspraken die de auditee met de auditor heeft gemaakt naar aanleiding van de bespreking van het concept van de auditrapportage.
1°. de niet-selecte persoonlijsten, waarbij per foutklasse wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen en of de geldende norm is overschreden;
2°. de select getrokken persoonslijsten, waarbij wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen;
3°. de uitkomsten van het privacydeel van de audit, onder vermelding van de geconstateerde tekortkomingen;
4°. de onderdelen waarvoor een heraudit verplicht is dan wel de mededeling dat geen heraudit verplicht is;
5°. de afspraken die de auditee met de auditor heeft gemaakt naar aanleiding van de bespreking van het concept van de auditrapportage.
d. een passage met aanbevelingen en voorgestelde maatregelen ter verbetering van bij de auditee in het kader van een audit of een heraudit geconstateerde afwijkingen en tekortkomingen.
2. Het controleverslag bestaat minimaal uit de volgende elementen:
a. welke vragen en aanvullende vragen zijn gecontroleerd;
b. de zichtbare onvolkomenheden in de documentatie;
c. hoe dit deel van de audit is uitgevoerd, welke aanvullende documenten zijn geraadpleegd alsmede welke controles en interviews zijn uitgevoerd;
d. de bevindingen;
e. een passage waaruit blijkt onder wiens verantwoordelijkheid de controle van het procesmatige deel is uitgevoerd, welke auditoren de controle hebben uitgevoerd, wanneer de controle is uitgevoerd en, indien sprake is geweest van uitbesteding door de auditinstelling, aan welke instantie is uitbesteed.
3. Burgemeester en wethouders zenden binnen een maand na het in artikel 21a, derde lid, bedoelde tijdstip een afschrift van de managementsamenvatting onderscheidenlijk het controleverslag naar het agentschap BPR.
4. Bij het afschrift van het controleverslag voegen zij een afschrift van de ingevulde vragenlijst met betrekking tot het procesmatige deel van de audit die zij aan de auditor ter controle hebben overgelegd.
5. Indien uit de bevindingen naar aanleiding van de controle is gebleken dat gecontroleerde vragen niet correct bleken te zijn beantwoord, voegen zij tevens een correct ingevulde vragenlijst bij.
6. Burgemeester en wethouders delen bij de toezending van het afschrift van het controleverslag mee voor welke onderdelen van het procesmatige deel van de audit een heraudit verplicht is dan wel dat geen heraudit verplicht is.
7. De managementsamenvatting en het controleverslag worden gedurende zeven jaren door de auditee bewaard.
a. een passage waaruit blijkt onder wiens verantwoordelijkheid het inhoudelijk deel onderscheidenlijk het privacydeel van de audit is uitgevoerd, welke auditoren het inhoudelijke deel en het privacy deel hebben uitgevoerd, wanneer welke onderdelen van de audit zijn uitgevoerd en, indien sprake is geweest van uitbesteding door de auditinstelling, welk deel aan welke instantie is uitbesteed;
b. een verklaring dat het inhoudelijk deel van de audit onderscheidenlijk het privacydeel van de audit niet, dan wel geheel of gedeeltelijk is uitgevoerd met behulp van computers en geautomatiseerde uitrusting;
c. de conclusies, onderverdeeld naar: 1°. de niet-selecte persoonlijsten, waarbij per foutklasse wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen en of de geldende norm is overschreden;
2°. de select getrokken persoonslijsten, waarbij wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen;
3°. de uitkomsten van het privacydeel van de audit, onder vermelding van de geconstateerde tekortkomingen;
4°. de onderdelen waarvoor een heraudit verplicht is dan wel de mededeling dat geen heraudit verplicht is;
5°. de afspraken die de auditee met de auditor heeft gemaakt naar aanleiding van de bespreking van het concept van de auditrapportage.
1°. de niet-selecte persoonlijsten, waarbij per foutklasse wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen en of de geldende norm is overschreden;
2°. de select getrokken persoonslijsten, waarbij wordt aangegeven welke afwijkingen zijn aangetroffen;
3°. de uitkomsten van het privacydeel van de audit, onder vermelding van de geconstateerde tekortkomingen;
4°. de onderdelen waarvoor een heraudit verplicht is dan wel de mededeling dat geen heraudit verplicht is;
5°. de afspraken die de auditee met de auditor heeft gemaakt naar aanleiding van de bespreking van het concept van de auditrapportage.
d. een passage met aanbevelingen en voorgestelde maatregelen ter verbetering van bij de auditee in het kader van een audit of een heraudit geconstateerde afwijkingen en tekortkomingen.
2. Het controleverslag bestaat minimaal uit de volgende elementen:
a. welke vragen en aanvullende vragen zijn gecontroleerd;
b. de zichtbare onvolkomenheden in de documentatie;
c. hoe dit deel van de audit is uitgevoerd, welke aanvullende documenten zijn geraadpleegd alsmede welke controles en interviews zijn uitgevoerd;
d. de bevindingen;
e. een passage waaruit blijkt onder wiens verantwoordelijkheid de controle van het procesmatige deel is uitgevoerd, welke auditoren de controle hebben uitgevoerd, wanneer de controle is uitgevoerd en, indien sprake is geweest van uitbesteding door de auditinstelling, aan welke instantie is uitbesteed.
3. Burgemeester en wethouders zenden binnen een maand na het in artikel 21a, derde lid, bedoelde tijdstip een afschrift van de managementsamenvatting onderscheidenlijk het controleverslag naar het agentschap BPR.
4. Bij het afschrift van het controleverslag voegen zij een afschrift van de ingevulde vragenlijst met betrekking tot het procesmatige deel van de audit die zij aan de auditor ter controle hebben overgelegd.
5. Indien uit de bevindingen naar aanleiding van de controle is gebleken dat gecontroleerde vragen niet correct bleken te zijn beantwoord, voegen zij tevens een correct ingevulde vragenlijst bij.
6. Burgemeester en wethouders delen bij de toezending van het afschrift van het controleverslag mee voor welke onderdelen van het procesmatige deel van de audit een heraudit verplicht is dan wel dat geen heraudit verplicht is.
7. De managementsamenvatting en het controleverslag worden gedurende zeven jaren door de auditee bewaard.