BWBR0011604
Geldig vanaf 2007-02-16
Artikel 21a
Regeling periodieke audit GBA
1. Uiterlijk twee maanden nadat met de uitvoering van de audit is begonnen, wordt een concept van de auditrapportage voorgelegd aan de auditee.
2. Het concept van de auditrapportage wordt vervolgens met een vertegenwoordiger van de auditee besproken.
3. De uiteindelijke auditrapportage wordt uiterlijk twee maanden nadat het concept van de auditrapportage aan de auditee is voorgelegd, vastgesteld en door de auditor of een door de auditinstelling gemachtigd personeelslid ondertekend.
4. De termijn van een jaar, bedoeld in artikel 120a, vijfde lid, van de wetvangt aan op het moment dat de auditrapportage is vastgesteld, dan wel op het tijdstip dat deze ingevolge het derde lid uiterlijk had moeten zijn vastgesteld.
5. Ten aanzien van het verslag van de bevindingen van de controle van het procesdeel zijn het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing.
2. Het concept van de auditrapportage wordt vervolgens met een vertegenwoordiger van de auditee besproken.
3. De uiteindelijke auditrapportage wordt uiterlijk twee maanden nadat het concept van de auditrapportage aan de auditee is voorgelegd, vastgesteld en door de auditor of een door de auditinstelling gemachtigd personeelslid ondertekend.
4. De termijn van een jaar, bedoeld in artikel 120a, vijfde lid, van de wetvangt aan op het moment dat de auditrapportage is vastgesteld, dan wel op het tijdstip dat deze ingevolge het derde lid uiterlijk had moeten zijn vastgesteld.
5. Ten aanzien van het verslag van de bevindingen van de controle van het procesdeel zijn het eerste tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing.