BWBR0011604
Geldig vanaf 2007-02-16
Artikel 3
Regeling periodieke audit GBA
1. De auditor is verantwoordelijk voor het trekken van een niet-selecte steekproef uit de basisadministratie van de auditee ten behoeve van het inhoudelijke deel van de audit.
2. De steekproef wordt getrokken uit de verzameling van persoonslijsten van personen die als ingezetene staan ingeschreven in de basisadministratie van de auditee en de persoonslijsten die vanwege de emigratie, een ministerieel besluit, bedoeld in artikel 32 van de wetof het overlijden van de ingeschrevene zijn opgeschort. De auditee levert in verband hiermee twee overzichten van administratienummers van alle in de basisadministratie van de auditee opgenomen actuele respectievelijk opgeschorte persoonslijsten.
3. Het aantal te selecteren persoonslijsten bedraagt:
a. 100 voor gemeenten tot 20.000 inwoners;
b. 200 voor gemeenten met 20.000 tot 100.000 inwoners;
c. 300 voor gemeenten met 100.000 of meer inwoners.
4. Vijf procent van de te selecteren persoonslijsten is opgeschort in verband met de in het tweede lid genoemde redenen.
5. De auditee draagt er zorg voor dat na ontvangst van de door de auditor opgegeven A-nummers, de daarbij behorende persoonslijsten binnen een werkweek aan de auditor beschikbaar worden gesteld. Indien dit niet binnen de genoemde termijn heeft plaatsgevonden, geeft de auditor onmiddellijk nieuwe A-nummers op en stelt de auditee alsnog binnen een werkweek na ontvangst van deze nieuwe A-nummers, de daarbij behorende persoonslijsten aan de auditor beschikbaar.
2. De steekproef wordt getrokken uit de verzameling van persoonslijsten van personen die als ingezetene staan ingeschreven in de basisadministratie van de auditee en de persoonslijsten die vanwege de emigratie, een ministerieel besluit, bedoeld in artikel 32 van de wetof het overlijden van de ingeschrevene zijn opgeschort. De auditee levert in verband hiermee twee overzichten van administratienummers van alle in de basisadministratie van de auditee opgenomen actuele respectievelijk opgeschorte persoonslijsten.
3. Het aantal te selecteren persoonslijsten bedraagt:
a. 100 voor gemeenten tot 20.000 inwoners;
b. 200 voor gemeenten met 20.000 tot 100.000 inwoners;
c. 300 voor gemeenten met 100.000 of meer inwoners.
4. Vijf procent van de te selecteren persoonslijsten is opgeschort in verband met de in het tweede lid genoemde redenen.
5. De auditee draagt er zorg voor dat na ontvangst van de door de auditor opgegeven A-nummers, de daarbij behorende persoonslijsten binnen een werkweek aan de auditor beschikbaar worden gesteld. Indien dit niet binnen de genoemde termijn heeft plaatsgevonden, geeft de auditor onmiddellijk nieuwe A-nummers op en stelt de auditee alsnog binnen een werkweek na ontvangst van deze nieuwe A-nummers, de daarbij behorende persoonslijsten aan de auditor beschikbaar.