BWBR0011604
Geldig vanaf 2007-02-16
Artikel 33
Regeling periodieke audit GBA
1. De auditinstelling bewerkstelligt dat de te controleren persoonslijsten op ondubbelzinnige wijze zijn gekenmerkt, om te voorkomen dat op enig ogenblik verwarring ontstaat met betrekking tot de identiteit van de persoonslijsten.
2. Zichtbare onvolkomenheden in de te controleren persoonslijsten en te bestuderen documentatie die aan de auditor worden gemeld of die door hem worden opgemerkt, voordat met de audit is gestart, worden in de auditrapportage vastgelegd. Indien er enige twijfel bestaat over de geschiktheid van de persoonslijsten of de documentatie voor de uit te voeren controle, raadpleegt de auditor de auditee alvorens verder te gaan met de audit.
3. De auditinstelling bewerkstelligt dat na afloop van de audit alle gecontroleerde persoonslijsten en andere door de auditee verstrekte documentatie weer ter beschikking wordt gesteld aan de auditee.
2. Zichtbare onvolkomenheden in de te controleren persoonslijsten en te bestuderen documentatie die aan de auditor worden gemeld of die door hem worden opgemerkt, voordat met de audit is gestart, worden in de auditrapportage vastgelegd. Indien er enige twijfel bestaat over de geschiktheid van de persoonslijsten of de documentatie voor de uit te voeren controle, raadpleegt de auditor de auditee alvorens verder te gaan met de audit.
3. De auditinstelling bewerkstelligt dat na afloop van de audit alle gecontroleerde persoonslijsten en andere door de auditee verstrekte documentatie weer ter beschikking wordt gesteld aan de auditee.