BWBR0011576
Geldig vanaf 2000-09-09
Artikel 23
Richtlijn jaarverslaggeving hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
1. De instelling vermeldt van de verbonden partijen waarin zij direct of indirect beslissende zeggenschap kan uitoefenen of waarvan financiële gegevens in de geconsolideerde jaarrekening worden opgenomen, de volgende gegevens in de toelichting:
a. naam;
b. juridische vorm;
c. statutaire zetel;
d. aard van de activiteiten;
e. eigen vermogen;
f. exploitatiesaldo;
g. omzet;
h. betrokkenheid in de consolidatie;
i. omvang van het eventuele deelnemingspercentage;
j. of een aansprakelijkstelling overeenkomstig artikel 2:403 BW is afgegeven.
2. Van de overige verbonden partijen, waarbij geen vermelding plaatsvindt op basis van het eerste lid van dit artikel, worden in ieder geval de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde gegevens opgenomen in de toelichting.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde gegevens worden in ieder geval opgenomen indien het (begrote) totaal van de exploitatielasten van de verbonden partij 1 o/oo of meer van het totaal van de exploitatielasten van de intelling bedraagt. Indien het totaal van de exploitatielasten van de zo niet opgenomen verbonden partijen meer dan 3 o/oo van het totaal van de exploitatielasten van de instelling bedraagt, worden de gegevens van de belangrijkste van deze verbonden partijen toch opgenomen.
a. naam;
b. juridische vorm;
c. statutaire zetel;
d. aard van de activiteiten;
e. eigen vermogen;
f. exploitatiesaldo;
g. omzet;
h. betrokkenheid in de consolidatie;
i. omvang van het eventuele deelnemingspercentage;
j. of een aansprakelijkstelling overeenkomstig artikel 2:403 BW is afgegeven.
2. Van de overige verbonden partijen, waarbij geen vermelding plaatsvindt op basis van het eerste lid van dit artikel, worden in ieder geval de in het eerste lid, onder a tot en met d, bedoelde gegevens opgenomen in de toelichting.
3. De in het eerste en tweede lid genoemde gegevens worden in ieder geval opgenomen indien het (begrote) totaal van de exploitatielasten van de verbonden partij 1 o/oo of meer van het totaal van de exploitatielasten van de intelling bedraagt. Indien het totaal van de exploitatielasten van de zo niet opgenomen verbonden partijen meer dan 3 o/oo van het totaal van de exploitatielasten van de instelling bedraagt, worden de gegevens van de belangrijkste van deze verbonden partijen toch opgenomen.