BWBR0011576
Geldig vanaf 2000-09-09
Artikel 22
Richtlijn jaarverslaggeving hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
1. Onder langlopende schulden, schulden met een resterende looptijd van meer dan één jaar, worden afzonderlijk opgenomen:
a. schulden aan kredietinstellingen;
b. schulden aan de minister;
c. schulden aan verbonden partijen;
d. overige langlopende schulden;
2. Onder kortlopende schulden worden afzonderlijk opgenomen:
a. schulden aan kredietinstellingen;
b. vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden werk;
c. crediteuren;
d. schulden aan de minister;
e. schulden aan verbonden partijen;
f. schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering;
g. schulden ter zake van pensioenen;
h. overige kortlopende schulden;
i. overlopende passiva.
3. Bij elke in het eerste lid vermelde groep van schulden wordt in de toelichting aangegeven naam en statutaire vestigingsplaats van de betrokken partij, bedrag, de resterende looptijd en de rentevoet van de desbetreffende lening (o/g).
4. Onderscheiden naar de in het eerste en tweede lid genoemde groepen wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke of goederenrechtelijke zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts wordt medegedeeld ten aanzien van welke schulden de instelling zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren of niet bezwaren van goederen, voor zover dat noodzakelijk is voor het verschaffen van het in artikel 4, tweede lid, bedoelde inzicht.
5. Aangegeven wordt tot welk bedrag schulden in rang zijn achtergesteld bij de andere schulden; de aard van deze achterstelling wordt toegelicht.
6. Tevens wordt vermeld welke schulden zijn geborgd en door welk waarborgfonds dit is geschied.
7. Het bedrag dat de instelling op leningen die zijn opgenomen onder de schulden met een resterende looptijd van meer dan een jaar, moet aflossen tijdens het boekjaar, volgend op dat waarop de jaarrekening betrekking heeft, wordt gerubriceerd onder de kortlopende schulden.
8. Heeft de instelling zich aansprakelijk gesteld voor schulden van anderen of loopt zij nog risico voor verdisconteerde wissels of chèques, dan worden de daaruit voortvloeiende verplichtingen, voor zover daarvoor op de balans geen voorzieningen zijn opgenomen, vermeld en ingedeeld naar de vorm der geboden zekerheid. Afzonderlijk worden vermeld de verplichtingen die ten behoeve van partijen binnen de consolidatiekring zijn aangegaan.
a. schulden aan kredietinstellingen;
b. schulden aan de minister;
c. schulden aan verbonden partijen;
d. overige langlopende schulden;
2. Onder kortlopende schulden worden afzonderlijk opgenomen:
a. schulden aan kredietinstellingen;
b. vooruitgefactureerde en -ontvangen termijnen onderhanden werk;
c. crediteuren;
d. schulden aan de minister;
e. schulden aan verbonden partijen;
f. schulden ter zake van belastingen en premies sociale verzekering;
g. schulden ter zake van pensioenen;
h. overige kortlopende schulden;
i. overlopende passiva.
3. Bij elke in het eerste lid vermelde groep van schulden wordt in de toelichting aangegeven naam en statutaire vestigingsplaats van de betrokken partij, bedrag, de resterende looptijd en de rentevoet van de desbetreffende lening (o/g).
4. Onderscheiden naar de in het eerste en tweede lid genoemde groepen wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke of goederenrechtelijke zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts wordt medegedeeld ten aanzien van welke schulden de instelling zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren of niet bezwaren van goederen, voor zover dat noodzakelijk is voor het verschaffen van het in artikel 4, tweede lid, bedoelde inzicht.
5. Aangegeven wordt tot welk bedrag schulden in rang zijn achtergesteld bij de andere schulden; de aard van deze achterstelling wordt toegelicht.
6. Tevens wordt vermeld welke schulden zijn geborgd en door welk waarborgfonds dit is geschied.
7. Het bedrag dat de instelling op leningen die zijn opgenomen onder de schulden met een resterende looptijd van meer dan een jaar, moet aflossen tijdens het boekjaar, volgend op dat waarop de jaarrekening betrekking heeft, wordt gerubriceerd onder de kortlopende schulden.
8. Heeft de instelling zich aansprakelijk gesteld voor schulden van anderen of loopt zij nog risico voor verdisconteerde wissels of chèques, dan worden de daaruit voortvloeiende verplichtingen, voor zover daarvoor op de balans geen voorzieningen zijn opgenomen, vermeld en ingedeeld naar de vorm der geboden zekerheid. Afzonderlijk worden vermeld de verplichtingen die ten behoeve van partijen binnen de consolidatiekring zijn aangegaan.